Dat ik helemaal knaatsj ben van zingen, heb ik hier vaak verteld. Als ik vroeger een lied op de radio meezong, zei mijn vader vaak: ‘Als je het niet mooier kunt maken, moet je je mond houden’. Of ‘Als je het voor mij doet, hoeft ’t niet’. Niet omdat hij niet van zingen hield, integendeel. Hij kon eindeloos genieten van goede zang. Weliswaar deed hij dat vaak met gesloten ogen. Wij dachten dan altijd dat ie sliep en dat kwam ons bij zwaar klassieke concerten goed uit, dan schakelden wij stiekem over naar hippere muziek. Maar zo gauw je van muziek wisselde, bleek ie klaarwakker en kwaad. Nee, pappa was juist een aandachtig luisteraar en had vaak een oordeel over muziek, dat hout sneed. Hij was bovendien ook zelf een niet onverdienstelijke zanger en vaste waarde in ons gezinskoor. Hij zorgde dat het stemgeluid van mijn vijf broers een wat meer mannelijke body had, totdat zij zelf wat body opbouwden en wij met alle kinderen een niet onverdienstelijk huisconcert konden geven. Tien tegen één dat mijn liefde voor zang er dus met de paplepel in gegoten is. En, nu zal het best zo zijn, dat het overal elders óók stikt van vocaal talent, maar wat zingen betreft, kom ik hier in het Heuvelland volledig aan mijn trekken. En niet alleen via concerten van de talrijke koren in de streek. Ik bezoek zo links en rechts wel eens Open Podia of bijvoorbeeld iets als het Sophianumcabaret en van wat dáár aan zang van de bühne klinkt, word ik heel vaak blij. Regelmatig zie je dan hoe die aankomende zangers en zangeressen zich ontpoppen tot zingende juweeltjes met indrukwekkende power en kwaliteit en niet zelden met een heel eigen geluid en repertoire. Zo is dat al genoemde Sophianumcabaret in de loop der jaren heel vaak bakermat geweest voor zangtalent dat nadien landelijk doorbrak. Er zingen mensen van hieruit glansrollen in succesvolle musicals, er zijn Sophianumzangeressen terecht gekomen in solorollen bij André Rieu, velen kozen voor verdere opleidingen in de muziekwereld. Eén vertrok naar Amerika en sleepte op wereldniveau al menige Award binnen voor de filmmuziek die hij componeerde en arrangeerde. Eén van die vroegere cabaretzangeressen werd zang- en muziekbegeleidster van jawel…. Het Sophianum…. en is nu de drijvende kracht achter de afdeling ‘zang en koor’ van de huidige cabaretgeneratie. Muzikale Perpetuum Mobile. Toen ik van de week de voorstelling van de editie 2022 zag en hoorde, zag ik bijvoorbeeld een moorddadige musicalster over het toneel wervelen, waarvan ik zeker weet dat we die terug gaan zien op landelijke podia. In een sfeervol lied, gedragen door een loepzuivere backinggroep, in een decor vol kaarslicht raakte een jonge zangeres mij tot onderin m’n ziel. Ik had meteen associaties met het gevoel dat ik ooit had toen ik jááren terug schreef dat ik diep geraakt werd door een jong zangeresje op diezelfde bühne, die nu haar begeleidster is. Zo blijft er nog jááren muziek in het Heuvelland. Dankzij het Sophianum. Mijn vader kan gerust zijn.
Françoise