Al heel lang komen mensen uit ’t hele land hier hun vakantie in eigen land doorbrengen: Ze wanen zich één of enkele weekjes in het buitenland, zonder uren in een bus te hobbelen, of in de file te staan op de Route du Soleil. Wij zijn daarom van oudsher een geliefde vakantiestreek. De door corona schrikbarend toegenomen toeristendruk, komt niet zomaar uit de lucht vallen. We waren al wat gewend. En vroeger kenden we ook toeristen die wat agressiever ‘hun’ vakantieruimte opeisten. Velen van ons zullen zich de bouwvakvakanties herinneren waarin elke avond geknokt werd rond de Scala Jumbodancing in Valkenburg. Daar kwamen die knapen voor. Matten met de jonge boeren van Sibbe of St Gieteren, die het niet op prijs stelden dat die getatoeëerden van boven de rivieren hun meisjes kwamen lastig vallen. Dat konden ze best zelf. En toen kenden we ook de berichten van leeggerukte plantenbakken, verbogen verkeersborden en ondergepiste portieken en stoepen met iets te schielijk gedronken pilsjesresten, vermengd met stukjes gebraden haan en frikandel speciaal. Later is dat vertier verschoven naar Torremolinos en Salou, nog later naar Oh Oh Cherso, toen uit de televisieserie bleek dat er plekken waren waar het niveau nóg lager kon. Hier bleven de wellness zoekende braven die hun geld kwamen storten in Thermen 2000 of ’t Casino en de families die wandelden door het Gerendal of ’t Savelsbos. Fietsers die van Eijsden, over Noorbeek, naar Slenaken reden, vaak als gepensioneerd koppel, maar in toenemende mate als trimmende zwerm met glimmende kontjes in strakke broeken. En een grote schare ondernemers at allemaal uit de grote toerismeruif. De promotie werd méér, de groepen groter. Toerfietstochters krioelden met duizenden tegelijk over onze landwegen, motoren hielden hun privé TT. VROEMM. Quads gingen in roedels de weg op en scootertjes werden massaal verhuurde plagen. Allemaal ter wille van de toeristenindustrie. Het is hier immers mooi, daar kun je geld mee verdienen. Corona vertelt ons dat dat grenzen heeft. Zowel dat mooie, als dat geld verdienen. Ik was dan ook dolgelukkig toen de drie zuidelijkste gemeenteraden gezamenlijk de motie van PRO overnamen, dat het gewoon moest stoppen. Ze gingen in verzet tegen de overlast, tegen te veel lawaai, te hoge snelheden, huftergedrag. Tegen VROEMMMM op de weg en in de natuur. Eindelijk roepen er partijen, dat er begrensd moet worden en dat er bekeurd moet worden. Als fanatieke fietsers je bijna van het fietspad afrijden omdat ze wel een fiets van 3000 kunnen betalen maar geen bel van 2 euro, helpt ‘iets zeggen’ niet, want dan hoor je ‘Ouw, dove kut; ik riep toch schuiven’. Laat die vooral niks zeggen, maar schuiven. ‘Iets te veel zeggen’ tegen vakantievierders kan, getuige Mallorca, trouwens zelfs tot de dood leiden. We zeggen dus niks meer. Opgevoerde, ronkende Quads in natuurgebied, dat zijn geen Quads maar kwatsj. En met kwatsj moet je ophouden. En anders dokken. Punt. Als die dan boos niet meer komen, kan de rest hier weer tot rust komen. En komt volgend jaar terug. En da’s prima.
Françoise