Op 1 mei is het precies 31 jaar geleden dat Mia Smid en haar man het Hoge Noorden inruilden voor klooster Wittem in het diepe Zuiden. Daarmee kwam na een zoektocht van enkele jaren door heel Nederland hun droom uit: gastenechtpaar worden in een klooster.
Spannende tijd - De afgelopen maanden waren voor Mia niet alleen door corona spannend. Een groot deel van het klooster is verkocht en krijgt een geheel andere functie. Een reorganisatie kon niet uitblijven en die doet altijd pijn. Voor de helft van het personeel was er geen plaats meer in de nieuwe opzet. Mede door corona bleef een fatsoenlijk afscheid uit. Het verdriet daarover was en is intens. Als het weer kan, organiseren blijvers en vertrekkers zelf alsnog een afscheidsfeestje.
Mia mag blijven. Niet meer in het kloostergedeelte waar ze elk plekje kent en zich zo thuis voelt. Wel nog aan de nieuwe balie in de voormalige Gerarduskapel. Daar kun je na de huidige grote verbouwing vanaf augustus niet meer terecht om naar de mis te gaan of bijvoorbeeld een dierbare te begraven. Het wordt de nieuwe plek voor de zo geliefde boekenwinkel van Gerard die ook blijft. Gelukkig. En voor een gratis kopje koffie, een goed gesprek of een lezing. ‘Een multifunctionele ontmoetingsruimte’ wordt het in de plannen genoemd… Einde van een tijdperk. Begin van een nieuwe, nu nog onzekere toekomst.
Mia is toch hoopvol, ziet uit naar de nieuwe uitdaging. Vooral omdat de ongeveer tien overblijvers dan samen met vrijwilligers in die ene grote ruimte dagelijks hun werk mogen doen. ‘Al zal het voor mij erg wennen zijn om niet meer dagelijks door de gangen van het klooster te mogen lopen of in een van die andere vertrouwde kloosterruimtes binnen te stappen. Bijvoorbeeld om een kopje koffie in de refter te drinken. Ja, de sfeer zal toch anders zijn, hoe mooi die nieuwe werkplek ook gaat worden. Juist voor die sfeer in het klooster lieten we ooit in Groningen en Friesland alles achter ons.’
Herinneringen - Mia start met het ophalen van herinneringen. ‘Eind jaren tachtig waren we actief binnen het jongerenpastoraat in een Friese parochie, dat ook kloosterweekenden organiseerden. We werden meteen gegrepen door de sfeer in zo’n klooster. De rust, geen hectiek, tijd voor jezelf. Ook tijdens de dagelijkse klussen. In zo’n weekend ontstond het idee om gastenechtpaar in een klooster te worden. Geen functie die voor het oprapen lag. De pastoor van die parochie kende Henk Erinkveld, de huidige rector van klooster Wittem, uit zijn studietijd en legde een lijntje. Hij was net bezig met het opzetten van een pastoraal team in klooster Wittem en een gastenechtpaar bleek binnen die plannen te passen.
Het klooster telt nu nog maar zeven bewoners aan de achterkant van het klooster: drie paters en twee echtparen die, zoals je dat noemt, geassocieerd lid van de communiteit zijn. In 1990, toen wij aan de deur klopten, waren er nog ongeveer twintig paters en broeders in het klooster. Er was een duidelijke scheiding tussen de kloostergemeenschap en het personeel van buiten, al werkten de broeders mee. Zij zwabberden ook de gangen, hielpen in de keuken, de kosterij en de tuin. Toch was het toen stiller in het klooster. In die tijd voelden de meeste paters zich toch wel iets verheven boven de broeders en het personeel. Vooral de broeders hadden daar soms moeite mee. De eerste vrouwelijke personeelsleden werden vaak niet aangekeken. Er was nog een strakke hiërarchie. Nu is het veel levendiger, gaat iedereen ‘gewoner’ met elkaar om. Toch had die sfeer in de begintijd ook iets bijzonders. Wie kan zich nu nog een leven en werkplek voorstellen zonder veel hectiek en stress?'
Kalender en kaarsjes - Vrijwilliger Bert meldt zich in de kleine voorruimte van de refter, pakt een krantje, buigt zijn hoofd en leest. Onverstoorbaar. Geen woord komt van zijn lippen. Mogen we dit perfecte kloosterplaatje vastleggen? Hij knikt dat het goed is. Zonder op te kijken. Gedrag past zich aan een ruimte aan. Zeker in een klooster. Mia: ‘Bert pakt al twintig jaar de populaire Gerarduskalenders in. Tegenwoordig een van de belangrijkste inkomstenbronnen van het klooster. Dat geldt ook voor de vele kaarsjes of langbrandende noveenkaarsen die er dagelijks worden opgestoken bij Gerardus of Maria. Nu in coronatijd vaak digitaal. Zo’n online kaarsje ‘brandt’ 24 uur op de website van het klooster. Maar je kunt ook via een speciale knop een ‘echte’ noveenkaars aanvragen. Het is vaak een grote troost voor mensen te weten dat in Wittem een kaars brandt en dat hun intentie genoemd wordt tijdens het avondgebed van de communiteit.’
Tjeu Seeverens