Laatst belde een kennis. Hij wilde met zijn kleinzoon naar het Bonnefantenmuseum. ‘Of ik hem wilde helpen?’ Huh? Hij komt er vaker dan ik. Dat wel; maar toen hij had gebeld, had de juffrouw van het museum hem gezegd, dat hij telefonisch niet kon reserveren. ‘Dat moest via de site’ ‘De computer?’ ‘Jawel, meneer’ ‘Maar ik heb geen computer’ ‘Dat kan ook via uw telefoon, meneer’ ‘En u zegt net dat dat via de telefoon niet kan!’ ‘Nee: u kunt de site ook oproepen via de telefoon’ Nu weet ik dat de mobiele telefoon van mijn kennis een toestel is, dat al gebruikt werd door de Neanderthalers. Waar je alleen mee kunt bellen. Als je tenminste het knopje met het groene telefoontje intoetst. De museumjuffrouw snapte nu dat de telefoon geen optie was. ‘Tja, dan kan ik u niet helpen’ ‘U kunt m’n naam toch opschrijven en twee kaartjes aan de receptie leggen?’ Nee, het moest via de site, dat was zo geregeld en was bovendien veilig vanwege corona. Vandaar dus dat mijn kennis mij nu om hulp vroeg. Ik ging ervan uit dat hij de juffrouw verkeerd begrepen had en ging op zoek naar het reserveringssysteem van het museum. Daar bleek mij dat de man het kennelijk wél goed begrepen had: zonder internet kan hij NIET reserveren, cq. het museum bezoeken. Ik besluit de enig openstaande weg te bewandelen en zelf de reservering te doen. Uiteraard vul ik ZIJN gegevens in. Het formulier vervolgt met ‘vul uw e-mailadres in’. De man HEEFT geen e-mailadres. Helaas het veld is verplicht. Zonder e-mailadres komt hij dus nog stééds het Bonnefantenmuseum niet in, cq. kan niet reserveren. Ik vul dus MIJN e-mailadres in omdat ik daar welhaast toe gedwongen word, wil ik hem aan kaarten helpen. Ik betaal via mijn bank, dat verrekenen we dan achteraf wel, een zoveelste kromme weg. En jawel: er zijn twee kaarten voor de man gereserveerd. Die liggen niet aan de balie voor hem of zo. Nee de man moet ze printen of op zijn smartphone zetten. Kleine complicatie: De man HEEFT geen printer en geen smartphone. Ik print de kaarten uit en rijd naar de man toe, die een paar dorpen verderop woont. Anders komt hij het museum niet in. Iets knapt in me. Die man heeft culturele belangstelling. Die man heeft samen met de andere Nederlanders dat museum gefinancierd en gebouwd. Dat museum staat er mede dankzij hem en mede vóór hem. Ik bel de ‘reserveringsondersteuning’ van ons museum en krijg een ticketservice in Amsterdam aan de lijn, die via een meerkeuzesysteem de mogelijkheid biedt om via de site tickets en tijden te veranderen. Einde verhaal. Ik protesteer schriftelijk bij ons Bonnefantenmuseum. Men snapt dat het ‘een beetje raar is‘, maar het moet zo “vanwege Covid”,maar dan… ‘Maar DIT is natuurlijk fout afgehandeld’. Voor het eerst in dit verhaal was ik ’t met ’t Bonnefantenmuseum eens. Binnenkort staan ‘gewone kaartjes aan een kassa’ in een vitrine in een museum. Waar je alleen online binnenkomt.
Françoise