We zitten nog steeds op dat terras in Heerlen, waar ik jullie vorige week verliet. Dat terras zonder menukaart en de afwas op tafel. Waar ik met moeite via m’n mobiel koffie met gebak bestelde. Na vijf minuten kwam er een jongen met de koffie en cappuccino. Hij schoof zonder iets te zeggen de lege soepkommen aan de kant, zette de kopjes op tafel en vertrok. We riepen hem terug en wezen op de soepkommen. Hij mompelde iets als ‘dat ZIJN weer van die….’ Hij griste boos de kommen weg, zette die op een afwastafel en startte een conversatie met een collegaatje. Het was een heel interessant gesprek want hij keek verder niet op of rond en kon dus ook niet zien dat wij wenkten omdat het opruimen van de tafel met het meenemen van die vuile kommen was opgehouden en hij ons liet zitten met de smerige tafel en gebruikte servetten, waarop hij onze drankjes gezet had. Na een paar minuten ging ik naar het keuvelende tweetal heen en vroeg keurig ‘Mag ik een doekje om zelf onze tafel schoon te maken?’. Als door een wesp gestoken, gromde hij iets als ‘Dat doe IK wel’ en beende achter mij aan naar onze tafel en haalde giftig een nat doekje over de tafel, die nu redelijk kruimel- en spettervrij, maar wel zeiknat was. Kniesoor die erop let. Toen wij de koffie bijna op hadden, kwam een juffrouw met het gebak. Er zat, niet aangevinkte, vanillesaus bij de taart en idem mierzoete karamelsaus bij de strudel. Ik veronderstelde dat ik, digibeet als ik ben, iets fout zou hebben ingetoetst. Dit soort vooruitgang loopt fout bij ons. We aten braaf ons bordje leeg. We riepen de juffrouw om af te rekenen. Ik keek op mijn telefoon en verdomd: Daar stond de bestelling zónder vanille- en karamelsaus. Ik vroeg de juffrouw wat ik fout gedaan had. Zij keek even en zei. ‘Nee hoor, u hebt alles goed gedaan, ze hebben dat achter gewoon fout gelezen’. Wij waren dus niet de enigen, die moeite hadden met de vooruitgang. Ze vulde als geruststelling aan met ‘maar het kost u niets méér, u hebt dus gewoon iets extra’s gekregen’. Wij vroegen waarom er niet gewoon een menukaart stond en wij gewoon konden bestellen. Dat kon niet, ‘want de baas kwam uit de Randstad en dáár deden ze dat al allemaal zo’. Het argument overtuigde ons niet echt en wij vroegen om die menukaarten weer fijn terug te zetten voor bezoekers die NIET via de mobiel wilden bestellen. Dat konden ze niet doen, zei het meisje, ‘want dan zouden de mensen allemaal weer gewoon gaan bestellen. Stel je voor. Dan waren ze terug bij af. In de Randstad liep dat allemaal prima. Kwestie van wennen.’ Had de baas gezegd. Dat was dus vooruitgang. Wij besloten nooit meer naar dat terras te gaan. We hadden dus weer een argument minder om naar Heerlen te gaan. Maar ZIJ vonden het vooruitgang. Dat lijkt heel erg: het kan nog erger…
Françoise
(wordt vervolgd)