Vorig weekend togen we welgemoed richting Heerlen. Niet omdat ik ‘Heerlengericht’ ben. Van mij stamt de zinsnede ‘als ik iets wil kopen ga ik naar Heerlen, wil ik winkelen, dan ga ik naar Maastricht’. En ik vind winkelen leuk. Maar dit keer moest ik iets voor de gitaar hebben, gewoon winkel in, vragen, betalen, gaan. Kopen dus. Dat kan in Heerlen probleemloos. In Heerlen zit Arons, mijn favoriete muziekzaak en DIE winkelsoort is in Maastricht, zoals in zoveel steden, helaas verdwenen. ‘Dat is het gevolg van noodzakelijke schaalvergroting’ zeiden ze me indertijd, toen de laatste muziekspeciaalzaak aan de Maastrichtse kant verdween. ‘Internet neemt deze branche over. Vooruitgang eist z’n tol’. Dat werd me dan verteld door één van de twee knapen, die daar decennialang mij met raad en daad terzijde hadden gestaan bij muziekvragen. Die voor mijn reddeloos verloren gitaar met gebroken hals ‘een ventje wisten’, die mijn trouwe gitaar perfect restaureerde. Die, vóórdat ze instrumenten verkochten, deze eerst keurden, deskundig afstelden en garandeerden. Maar gelukkig was er in Heerlen dus een evenknie, waar ik zelfde service en ondersteuning kreeg en krijg. Ik ging naar Heerlen dus. Gelukkig waren op dat moment de terrassen eindelijk weer open, want ik had in de troosteloze lockdown óók in de stad rondgelopen, met ook daar, net als in al die andere binnensteden, als enige ‘gezellige’ mogelijkheid: een armzalige koffie to go. Als het zó moet, is je uitje gauw thuis. Nu streken we neer op een terras achter de Corio waar we eerder vaker kwamen, met name omdat ze daar zo’n ruime keus aan lekkere Smoothies serveerden. De zon scheen, wat kon er fout gaan? Op ons tafeltje stonden de bullen van de vorige gasten, twee enorme soepkommen, kennelijk van uiensoep of zo, want de gesmolten kaas hing rond de bovenranden gedrapeerd. De tafel lag vol brood- en soepresten en oude servetten, maar we waren al blij dat we een plekje op het volle terras veroverd hadden, het wachten was gewoon even op een ober. Dat wachten bleek dus wat langer te duren, want er kwam geen ober. Op het tafeltje naast ons was dat óók van toepassing: ook dat stond vol afwas, waar een dame geduldig naar zat te kijken. Ik wilde even op de menukaart kijken, maar ook die was er niet. Er stond in de menustandaard nu een bordje waarop te lezen was, dat je daar de QR-code kon scannen en dan via je mobiele telefoon bestellen. ‘Dat ging vlugger. Dat ging bovendien coronaproof. Dus veiliger.’ stond er op het bordje. Vooruitgang dus. Ik scande de code, worstelde me door het keuzemenu en eindigde met de bestelling van een koffie, een cappuccino, een stukje appeltaart en een stukje apfelstrudel. De telefoon had nog gevraagd of we er slagroom, vanillesaus of karamelsaus bij wilden. Bij mijn appeltaart wilde ik niets, bij de apfelstrudel uiteraard wél vanillesaus en slagroom omdat DIE voor mijn sjattepoemel was en die vindt dat dat zo hóórt en zégt alleen dat ie aan de lijn doet.
Françoise
(Wordt vervolgd)