Vorige week vertelde ik over mijn verbijstering dat in ons waarden- en normenpatroon hele ‘normale’ waarden waardeloos blijken. Als voorbeeld noemde ik het stelselmatig en overduidelijk liegen van een president. Dat levert tegenwoordig stemmen op, in plaats van ontslag. Als je daar eenmaal op begint te letten zie je veel méér dan alleen dat liegen om je heen verschuiven. Dat is in veel gevallen geruisloos ingeslopen en we hebben het laten gebeuren lang vóórdat we nu beseffen dat het te laat is om het terug te draaien. De verruwing van de verhoudingen en de daarbij behorende taal. Als ik mijn premier hoor verkondigen dat iemand z’n bek moet houden, is dat ongemerkt een uitnodiging om dat normaal te vinden. Sterker: je verwacht bijna al dat de andere kant roept ‘Hou zelf je bek, klojo!’. Dat lijkt brutaal, maar is ooit mede in gang gezet door diezelfde premier, toen ie in de Tweede Kamer reageerde op een onbeschofterik met ‘doe zelf effe normaal, man!’. Dat glijdende patroon heeft een groeiende fanclub, die dat zelfs een verademing vindt: ‘eindelijk praat dat zootje in Den Haag ook eens verstaanbare taal’. De voorzitter van de Tweede Kamer schijnt dat glijdende patroon ook niet als afglijdend te zien, want ik hoor haar niet ingrijpen. Mede door dát zwijgen sta ik aan het eind van de cyclus niet meer te kijken dat een opgeschoten straatschoffie, dat ik aanspreek omdat hij de spullen van een ander vernielt, mij antwoordt ‘Ouwe kut, ga een ander vervelen’. Als ik me zou beklagen bij z’n vader, zou ik waarschijnlijk een boze reactie terugkrijgen, dat ik me bemoeide met dingen waar ik geen zak mee te maken had. ‘t Lijkt opwinding over uiterlijkheden, maar ik ben er al lang achter dat ’t veel méér en veel zorgelijker is. Toen dezelfde aanstichter van het kamerdebat van ‘Doe ff normaal, man!’ jaren eerder door diezelfde ruimte heel stoer riep dat er een kopvoddentaks moest ingevoerd worden, leverde hem dat heel veel stemmen op, maar de stem van de Kamervoorzitter heb ik toen niet gehoord. De echte gevolgen hebben al die tienduizenden moslima mogen ervaren toen mensen om hen heen hen nog misprijzender bekeken dan tevoren. Iemand van de volksvertegenwoordiging had immers eindelijk met een simpele aanduiding duidelijk gemaakt dat een hoofddoek bewijs van minderwaardigheid was. We protesteerden niet, integendeel: we maakten hem de één na grootste partij van Nederland. Overal op de wereld zie je de grote bekken de microfoon grijpen en je ziet dat ze als beloning de macht krijgen. En dan helpt het niet als hun gebral de grootste rampen veroorzaakt, goedpraat of ontkent. Presidentiële debatten worden puberale scheldpartijen waarvoor je je vroeger bij de rector moest melden, nu mag je er het naambordje ‘wereldleider’ door op je deur schroeven. En of intussen het milieu , de wereldvrede en de economie het onderspit delven, mag in een persconferentie nog wél gevraagd worden. Net als vroeger. Maar niemand kijkt er meer van op als de president dan ‘Hou je bek!’ antwoordt.
Françoise