Grenzen tussen ‘goed’ en ‘kwaad’ zijn relatief. Net als de dunne scheidslijnen tussen ‘waar’ en ‘niet waar’ of ‘normaal’ en ‘abnormaal’. Als kind kreeg je een aantal van die verschillen in je leven gestanst en dat kreeg je er niet meer uit. Soms was je je daarvan bewust, maar meestal vroeg je je niet eens af waarom je iets positief of negatief vond. De maatschappij, je vader en moeder, de schoolmeester, de pastoor, de baas, ze maakten je een heleboel ‘eigen’ en vertelden je op allerlei manieren hoe het hoorde of niet hoorde. Soms subtiel en ongemerkt, soms op harde toon. Als kind mocht je aanvankelijk nog wat méér. Kinderen mochten in sprookjes geloven, dingen laten gebeuren die er ‘in ’t echt’ niet waren, verhalen verzinnen. Spoedig werd spel fantasie en even later werden verzinsels leugens. Je mocht niet liegen; wat je vertelde moest waar zijn. Je kon dat jammer vinden, maar je wist wel vrij duidelijk waar je aan toe was en vooral wanneer je over de schreef ging. Ik kan dat weten, want in dat over de schreef gaan was ik nadrukkelijk ervaringsdeskundige. De wereld was, hoe dan ook, redelijk geordend. Dacht ik. Ik heb dat een fors deel van mijn leven ervaren als een soort ‘universeel kompas’. De boel zat zó in elkaar als ik het geleerd had en die duidelijkheid maakte het een stuk makkelijker. Al sinds vele decennia brokkelt die duidelijkheid en het gemak ervan in sneltreinvaart af. Oude waardes en zekerheden vallen in steeds sneller tempo van hun voetstuk. Vroeger luisterde ik naar het nieuws om erachter te komen wat er speelde in de wereld, tegenwoordig behoor je je bij elk bericht af te vragen ‘is het wel wáár, wat er gezegd wordt?’, ‘Zit er niet méér achter?’, ‘wordt de feitelijkheid niet achter gehouden?’ . ‘Fact checking’ werd een nieuw, maar onmisbaar en belangrijk beroep. ‘Waar en niet waar’ zijn opeens niet meer waar. Of niet waar, al naar gelang. Vroeger dacht ik dan in mijn onschuld: als je wil weten wat altijd geldende waarden zijn, kijk naar de geschiedenis. A me hoela; de helft van de geschiedenisboekjes blijkt niet waar, of onvolledig, of vertekend en ingekleurd. Ik heb dus vroeger bij geschiedenis een goed punt voor niks gekregen. Ik heb hier wel eens verteld dat ik heel nadrukkelijk tot dat inzicht gekomen ben in de tijd dat de Berlijnse Muur nog stond. Ik was vaak in Berlijn. Elke keer ging ik zowel in Oost- als in West-Berlijn naar het museum voor Duitse geschiedenis en zag tot mijn verbijstering twee totaal verschillende versies van eenzelfde tijd. Ik wist niet meer wat waar was. Tegenwoordig wordt aan alles en nog wat getwijfeld. De president van Amerika liegt aantoonbaar meer dan dat ie waarheid vertelt, het mag, mijn premier kneed z’n eigen waarheid, het mag. Maar eigenlijk zijn dat maar topjes van ijsbergen in de zee gevormd uit de gletjers van onze voormalige waarden en normen. Maar juist normen blijken waardeloos. Volgende keer dus méér.
Françoise