Verkiezingen veroorzaakten vroeger naar mijn gevoel niet zoveel opwinding als tegenwoordig. Vroeger doken een tijdje voor de verkiezingsdag in alle dorpen grote aanplakborden op, waarop de hoofden van de partijcoryfeeën geplakt werden. Ze hadden allemaal hun best gedaan om zo vertrouwenwekkend, zo beminnelijk of zo gezagsvol mogelijk erop te staan. Soms lieten ze het bij alleen het logo en het lijstnummer. Allemaal nou niet bepaald opwindend. Aandacht van de kiezer winnen ging bij iedereen volgens een standaard patroon. Er was zelden een uitzondering. Zoals nadrukkelijk wél de affiche van de PSP, waarop een koe stond met een bloot meisje ervoor, de armen in de lucht gespreid. ‘PSP ontwapenend!’ stond eronder. Driekwart van Nederland sprak er schande van, één deeltje was PSP-er en de rest hield van blote meisjes. Dus ook díé opwinding beef beperkt. Het speelveld was redelijk overzichtelijk: de meeste partijen waren al sinds jaar en dag bekend, je had hele grote, je had kleine. Die laatste soort kwam altijd trouw weer terug het speelveld op. Zoals de kleine christelijke partijen die hun programma door god lieten schrijven en de vrouw thuislieten, aan de andere kant de rooien: de communisten en dergelijke. Bij ons thuis werd standaard op de KVP gestemd. Geen discussie. Als je katholiek was, dan deed je dat. En wij waren katholiek. Punt. En pappa zei, dat je dan dus KVP stemde. En de kapelaan zei ’t ook. Wij waren zó katholiek dat, als ’s middags om 12 uur de VARA de uitzending overnam van de KRO, bij ons thuis onmiddellijk de zender werd omgezet. De VARA startte namelijk altijd met het zingen van de Internationale en ‘dat was het lied van de Rooien’. Klokslag 12 uur moest dus degene, die het dichtst in de buurt van de schakelaar van de radiodistributie stond, onmiddellijk alles uit z’n handen laten vallen, naar de schakelaar rennen en een ram aan die knop geven. Kon niet schelen naar welke zender, maar die rooien moest de mond gesnoerd worden. Wij snapten niet goed waarom, maar we renden. Zo héél af en toe ontstond er een nieuwe partij, bijvoorbeeld PPR, maar dat leek een beetje op die aan de linkerkant, of DS’70 en dat leek een beetje op die aan de rechterkant. Die nieuwlichters schaarden zich moeiteloos in het kleurenpalet. Middenpartijen waren favoriet en af en toe werd er geswitcht van kleur doordat ze eerst met de PvdA samengingen en daarna met de VVD. Waarmee ‘t, bij alle verschillen, toch steeds eigenlijk altijd rond dat midden bleef cirkelen. Ook inhoudelijk weinig opwinding dus. Een enkel keertje kwam een figuur als Boer Koekoek, de boel opvrolijken. Velen kozen alleen voor hem omdat ze wel eens wilden lachen. Die riep op zo’n grappige manier dat ’t “knok’n veur de boer’n” was, maar die ging niet met de trekker de autobaan op, of ramde de deur van ’n Provinciehuis. En Janmaat riep in z’n uppie dat ie niet van buitenlanders hield en de rest riep foei. Oók geen opwinding dus. Die kwam later
(wordt vervolgd)