Gemeenteraadsverkiezingen, een zalige tijd voor mensen die vier jaar lang nauwelijks aanspraak hebben. Ze worden nu opeens aangesproken op straat, op de markt, aan de ingang van de PLUS. Ineens is hij er weer, de kandidaat, die stáát voor juist JOUW belang. Hij is faliekant tegen de aanleg van drempels in jouw woonwijk, als jij tegen bent, of vóór als je hoopvol vertelt dat je al 32 handtekeningen hebt. Hij is vóór verhoging van het subsidie van de vereniging waar nou net JIJ inzit. Stem op hem en overal komen trapveldjes en speelplekken OF de maaltijdbezorging komt terug, al naar gelang jij jong of oud bent. Sommigen gaan honderden deuren langs, bellen aan, houden een vriendelijk praatje, geven een pen af en verlaten je glimlachend met ‘Dinkse aan mich de 16e ?’ Dan pak je die pen aan en zegt iets in de trant van ‘Ich dink alTIED aan dich’. De echt geroutineerden zeggen dat ze best nog wel wat pennen willen verdelen in hun kennissenkring en die hebben dan voor de komende vier jaar genoeg pennen in huis. Soms staat in het pennenbakje op hun bureaus een heel assortiment in allerlei kleuren, stille getuigen van wie er allemaal zijn langs geweest. Wie daar wat laatdunkend over doet; vergis je niet in hoeveel zetels deze manier van missionering oplevert. Ik heb vriendinnen vaak genoeg horen vertellen ‘op dém sjtum ich neet, dea is neet biej mich langs geweas’. Dat die iemand zich niet in de laatste veertien dagen maar juist in de vier jaar daaraan voorafgaand het vuur uit de sloffen heeft gelopen, telt niet: hij drukte niet op jouw bel, vroeg niet ‘dinkse aan mich?’ en zijn kleur pen ontbreekt in ’t pennenbakje. De programma’s van veel partijen rollen in grote hoeveelheden op hoogglans papier je brievenbus in; er staan klinkende voornemens in, er staan talloze wapenfeiten in, die je uiteraard aan hén te danken hebt, beloftes, ideeën. Gelukkig komt er niemand op ’t idee om die folders op te sparen en na twee jaar eens bij de kandidaat aan de deur te staan en te vragen, hoe ’t intussen met die ronkende voornemens ervoor staat. Terwijl dat toch gegarandeerd een leuk effect op zou kunnen leveren. Dat zou de waarde van zo’n verkiezingsprogramma opeens een stuk meer opkrikken. Maar nee, de kans op zo’n peiling halverwege is vrijwel nihil. Het programma speelt trouwens in veel gevallen een veel mindere rol dan het aantal kandidaten uit grote families of sleutelfiguren uit het verenigingsleven, die men voor zijn lijst heeft gestrikt. Mijn sjattepoemel is ergens gevraagd als lijstduwer. ‘Dat gaf wat gewicht aan de lijst’ zei men. Ik heb wel eens stiekem meegekeken als ie op de weegschaal stond en die veronderstelling klopt. Dus waarom ze hem duwer noemen, weet ik niet. Als je bij trekkertrekwedstrijden meer gewicht achterop de sleep gooit, krijg je volgens mij de boel juist moeilijker vooruit. Afijn, zolang ie ook wat doet als er géén verkiezingen zijn en geen pennen uitdeelt, mag ie van mij.
Françoise