De boônte Störrem stormt al jaren zonder mij. Sinds het Coronajaar. Achteraf gezien, was dat één jaar te laat, want ik was flink ziek toen en bleef ook nog een lange tijd ziek ná carnaval. Stoppen op het hoogtepunt was me liever geweest. Ik zat bij de zatte herremenie DATdatMOG en onze stappenteller draaide met carnaval overuren. Het uit de jaarlijkse polonaise stappen heeft niet tot een zwart gat of heimwee geleid. Sommigen die me vaker in vol ornaat zagen rondtrekken dachten dat ik niet zonder die jaarlijkse feestperiode zou kunnen. Die mensen kan ik geruststellen. Te meer omdat ik niet echt het prototype carnavalist was of ben. Ik deed er aan mee, genoot ervan, maar zat bijvoorbeeld niet al maanden van tevoren iets te bedenken voor de optocht. Ik denk daarnaast ook dat het muzikaal peil van DATdatMOG er sinds mijn vertrek op vooruit is gegaan, want ik was een trompetter van de soort die je normaal volstrekt alleen in ’t wild tegen komt. In de begintijd moeten de buren bij mijn trompetoefeningen gedacht hebben dat er in onze kelder een koe in barensweeën lag. Met het kalf overdwars. Da’s later een beetje bijgetrokken, maar ik bleef de enige, die zonder partituur op de toeter rondliep. Waarom zou ik er ook een partituur opzetten: ik kan geen noot lezen. En toch, rond deze carnavalstijd, kriebelt het onderhuids soms tóch wel een beetje. De charme van het ‘even de boel de boel laten en samen lol hebben met elkaar’ blijft. En wat mij betreft mag dat ook tot in lengte van jaren blijven. Ik poog die rare aantrekkingskracht wel eens uit te leggen aan anderen. Dat is bij niet carnavalsvierders niet eens zo makkelijk. Niet in ’t minst bij vrienden uit andere culturen, bijvoorbeeld mijn vrienden van Syrisch restaurant Sha’aam. Ga die maar eens uitleggen wat er leuk is aan dagenlang voor gek lopen, maffe liedjes zingen, om maar niet te spreken van polonaise lopen, de draak steken met serieuze verhoudingen en dikdoenerij. In het begin vertelde ik Munzer en Marwa nog, dat dit ónze cultuur was, dat het ontstaan was als ‘nog even los mogen gaan vóór we aan de 40-daagse Vasten begonnen’. Maar als zij dan constateren dat we helemaal niet vasten en ZIJ vanaf komende vrijdag weer wekenlang de hele dag in de eetlucht in de keuken staan, terwijl ze zelf vanwege Ramadan niks mogen eten of drinken, houd ik maar snel de mond over onze cultuur. Zij hebben daar echter geen moeite mee. ‘Dat is jammer’ zeggen zij ‘dat je geen carnaval meer viert. Jullie vastelaovendverhaal klopt wel niet. Maar carnaval is leuk. Dat lijkt een beetje Suikerfeest maar dan vóór de vasten. Die je niet houdt. Maar cultuur is. Dat is toch leuk?’. De schatten. ZIJ vasten terwijl WIJ niet alleen het ‘vasten’ uit ‘vastenaovend’ strepen, maar die ‘aovend’ al 11 november beginnen. We maken er Vastejaor van en blijven dat cultuur noemen. Ik dus sinds corona niet meer. Ik verkleed me als cultuurbarbaar. Alaaf!