Vakantie was vroeger een ijkpunt in ‘t jaar. Een punt waar je tevoren naar toe leefde, een punt waar je na afloop op teerde. Met die twee periodes dekte je niet het hele jaar, maar de resterende gaatjes plakte je dicht met Kerstmis en Carnaval of zo en je had je jaarcyclus rond. Tegenwoordig is die jaarindeling danig verschoven. Dat heeft verscheidene oorzaken. Om te beginnen is, sinds onze pensionering, het begrip ‘vakantie’ een stuk discutabeler geworden dan vroeger. Het verschil tussen ‘op vakantie zijn’ en ‘aan het werk zijn’ is duidelijker dan wanneer je de overgang tussen ‘vakantie’ en ‘vrije tijd’ moet aangeven. In feite heb ik van 1 januari tot 31 december vakantie. Vroeger leefden we toe naar een vakantie als kindertjes naar Sinterklaas. Zelfs al gingen we naar een bestemming waar we al een aantal keren geweest waren; het bleef spannend. Zouden we weer op dezelfde plek en even lang in de file belanden? Zou de campinghoudster van ons stekkie aan het Gardameer ons weer begroeten met ‘Domani Sole!’? En inderdaad stond je dan gewoon weer in de file rond München van vorig jaar maar nu alleen twee keer zo lang en het gaf niet dat de momenten dat onze campinghoudster stralend ‘Domani Sole! ‘, ‘Morgen Zon!’ riep, soms dagenlang de enige momenten waren, dat het woord zon ter sprake kwam. De ijskoude nachten in Zuid-Duitsland, de eeuwige regens in Luxemburg, de nieuwe motor in de Eend in Frankrijk, de knoflookstank in de hut in Oberstdorf, de penetrante geur van boenwas in ’t huisje in Bretagne, de dampende voetzolen in de Elzas, de zengende hitte in Florence, het ‘vakantiehuisje voor vogelliefhebbers’ in Vlaanderen dat pal naast de startbaan van een vliegveldje lag, allemaal elementen waar een normaal mens een gezonde allergie voor alleen al ’t wóórdje ‘Vakantie’ door zou ontwikkelen: Voor ons was het juist aanleiding om elk jaar weer vuriger naar het moment te verlangen dat je dat allemaal opnieuw mocht beleven. Daar had je duizenden kilometers autobaan voor over, bedragen waar een verstandig mens z’n hypotheek mee aflost. Nee, wij financierden er een hobbelig stukje wei mee in een dorpje, waar niets te beleven viel en van waaruit ’t héél ver rijden was naar een bakkertje. We moeten dat nu allemaal missen, sinds we eeuwig op vakantie mogen en ons wat luxer verblijf op de prachtigste bestemmingen kunnen veroorloven. We plannen ze wel, die vakanties, trouw ieder jaar. We zoeken uit waar we nu weer heen willen, kijken op internet rond in hotels, noteren de bezienswaardigheden en wat er te doen is in onze planweken. Alleen is de zin kennelijk een beetje over op het moment van boeken en we lopen tevreden fluitend het eigen dorp in en noemen dat vakantie, net als de rest van ’t terras, die er lang voor gereisd heeft en er lange nachten slecht slapen op de camping voor over moet hebben. En tegenwoordig noemen we het zelfs duurzaam besef en stikstofbesparend. Wij doen dus niks, maar zijn goed bezig.
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...