Ik heb er al vaak over geschreven. Omdat het zo’n belangrijk deel van mijn leven heeft ingekleurd. Snoep. Ik denk dat iedereen, als zij gaat graven in het verleden nog heel levendige herinneringen daaraan heeft. Het snoepwinkeltje met z’n, voor jouw gevoel, duizenden kleurige en geurige keuzemogelijkheden in rijen glazen potten. Meestal met kleine handgeschreven briefjes erbij met de prijs. In mijn geval nog in centen. Guldencenten wel te verstaan. Twee dubbelzouten voor één cent. Vaak zaten die winkeltjes heel strategisch in de buurt van de Basisschool, toen nog Lagere school. Vaak waren het geen échte winkeltjes, maar had een mevrouw de voorkamer omgetoverd tot kinderparadijs, waar we na de schooltijd als bijen om de honing omheen zwermden. Op de ruiten stonden de vettige handjes van het aanwijzen van wat we wilden hebben. Niet dat we altijd binnengingen, want meestal hadden we geen geld. En zo wél dan was ’t zó op. Soms liep je dan verlekkerd mee naar binnen met een meisje dat het geluk had dat ze nog wat zakgeld over had. Als je geluk had, mocht je haar adviseren, als je nóg meer geluk had kreeg je achteraf ook wat van haar zoete buit. Soms leende de soort snoep zich ook voor delen. Lekzout bijvoorbeeld. Dat kocht je in zakjes. De eigenaresse deed wat in haar hand en dan kon je door je vinger nat te maken met spuug wat van dat zoutprikkelende spul soppen. Soms deed de gulle geefster er een beetje spuug bij, dan plakte het beter. Vraag me niet wat het was. Gemalen zoethout? Wij noemden het Klitspoeier, Maastricht Krissiepoeier, dus het zal wel iets met drop te maken hebben. Voor wie nou de wenkbrauw optrekt, omdat ie niet weet dat wij in Roermond drop Klits noemden, troost je; geen onderwerp zó gevarieerd in de verschillende dialecten als snoepgoed. Bij ons was een Klitsreem dus gewoon een dropveter en een Katjesdrop een Klitskätje. Ben eigenlijk benieuwd wat ze in Maastricht van een dropveter maakten, want daar was een dropje een Krissieke en een veter unne Reigstartel, dat moet een aardig ingewikkeld woord worden. Maar niet alleen de dialecttermen zorgden ervoor dat elke streek zijn eigen zoete geheimtaal had. Alleen de verzamelnaam Snoep al zorgde ervoor dat een kind uit Midden Limburg niet snapte dat kinderen uit Zuid Limburg lyrisch werden van Schnuuts of van Bölkes. Dat was Sjlok. Maar dát zijn de randverschijnselen. De herinneringen zijn universeel, compleet met ’t gevoel dat je had als je met een dubbeltje, dat in je hand brandde, de snoepwinkelmevrouw tot wanhoop bracht omdat je steeds bedacht dat je tóch weer iets anders wilde: liever Sjoggeldrop voor sjuumke trekke dan de bestelde spek, geen suikerpapier, maar zoute jujuupkes, een kaneelstok in plaats van toverballen. Toverballen die je ook met vriendinnen samen kon delen, doordat ieder op haar beurt een kleur mocht opzuigen. En terwijl ééntje met haar getreuzel de snoepmevrouw bezig hield, jatten de anderen. Dát dus. Als iéts lang blijft plakken in de herinnering, is ’t Sjlok.
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...