Sommigen verdenken mij ervan dat ik wat heb met literatuur. Sommigen denken dat ik vooral op gebied van poëzie iets weet, iets ken, dingen eerder en beter begrijp dan anderen: ik moet die sommigen allemaal teleurstellen: ons huis staat vol met boeken, maar als ik er één procent van gelezen heb is het veel. Mijn sjattepoemel is de lezer in huis. Ik schrijf. Als ’t gaat over niveau: hij leest oeuvres, ik doe de verhaaltjes, hij de gedichten, ik zit in de versjes. Ik ken wel een paar geweldige fragmenten uit mijn hoofd van erkende woordkunst, maar dat komt omdat ik stomweg dingen makkelijk onthoud. Bij voorkeur dingen die ik niet snap en waar je verder niks aan hebt. Ik verbaas mezelf er nog steeds over dat ik het hele begin van de Odyssee nog steeds kan opdreunen in vlekkeloos Grieks. ‘ἄνδρα μοι ἔννεπε, μοῦσα, πολύτροπον, ὃς μάλα πολλὰ ‘, andra moi ennepe, musa, polutropon hos mala polla, bezing mij, oh Muze, de man die veel gezworven heeft. De Odyssee is één van de twee beroemde boeken die de dichter Homerus in de Griekse oudheid geschreven heeft. Dat boek omvat 12000 versregels, waarvan ik een indrukwekkend stuk uit mijn blote hoofd geleerd heb. Vraag niet waarom en vraag vooral niet wat ik er in mijn latere leven aan gehad heb. Die Griekse letters kan ik lezen en uitspreken, maar ik ben nooit van mijn leven in Griekenland geweest dus ik heb daar de ANWB-borden nooit in ’t Grieks hoeven te lezen. Het is bovendien oud-Grieks en er is geen Griek die mij verstaat als ik vloeiend en ritmisch declamerend Homerus sta voor te dragen. En zo gaat het met vele al dan niet klassieke literaire oeuvres. De aanhef van Vondels Gysbreght van Aemstel, ik kan ‘m nog steeds op de vereiste drama-toon voordragen, maar geen mens heeft me na de middelbare schooltijd ooit gevraagd dat te doen. Nutteloze ballast dus. Vind ik. Volgens mijn sjattepoemel is dat een gat in mijn algemene ontwikkeling, maar in geen enkel sollicitatiegesprek is mij na school ooit gevraagd om nog eens ‘Het hemelsche gereght heeft zich ten langen leste erbarremt over my en myn benauwde veste’ voor te dragen. Gelukkig want ik dacht dat dat gereght iets was voor op de menukaart en dat dankzij wat te veel gereght het vest wat te benauwend ging zitten. ‘t Zei me niks, ’t deed me niks, ik snapte ’t niet. Mijn Sjattepoemel spreekt er schande van en declameert dan vol vuur ‘Want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’. Ik ken dat toevallig als een van de bekendste gedichten van Willem Enschot ‘Het huwelijk’. Ik denk dan dat mijn sjattepoemel dat lief bedoelt, ’n romantische visie op mooie dromen en daden binnen het huwelijk. Het blijkt te gaan over het feit dat de enige reden waarom de bruidegom z’n lief niet doodslaat het gedoe met strafrecht en de rommel achteraf blijkt. Soms is ’t maar goed dat ik literatuur niet snap.
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...