Het nieuws van de laatste weken wordt regelmatig gevuld met figuren die soep of aardappelpuree smijten tegen kunstwerken, die voor miljoenen in een museum mooi hangen te zijn. Tussen de soep en de aardappelen plakken de etenswaren smijtende dames en heren zichzelf dan met secondelijm tegen de muur, aan de vloer of aan het kunstwerk vast en roepen allerlei strijdvaardige leuzen in het kader van de klimaatdiscussie. Ze roepen heel hard ‘Hoe voelt het als wij hier voor miljoenen naar de ratsmodee helpen? Dat mag, want dat doen jullie met de aarde ook’. De lieverds hebben er speciale T-shirtjes voor laten bedrukken en lijken zelf zeer onder de indruk van hun gelijk. Als het gaat om de boodschap, hadden ze voor mij niet zo’n heisa hoeven te maken. Ik wond me in de zeventiger jaren al mateloos op over het feit dat mensen op allerlei manieren de aarde naar de Filistijnen hielpen. Dat was lang vóór die vastgeplakte secondelijmers geboren waren, maar ik had het er toen al druk zat mee. Ik hield er acties voor, organiseerde discussieavonden en verzamelde gelijkgestemden om me heen. Dat is indertijd niet écht succesvol geweest anders plakten er nu geen nieuwe actievoerders aan de muur in ’t Mauristshuis of aan het Meisje met de Parel, de Zonnebloemen van van Gogh of het avondlandschap van Monet. Nogmaals: ik vind het geweldig dat ze voor onze aarde opkomen en ik zou hen dan ook graag volop steunen. De pest is alleen dat hun actiemethode bij mij zó ver z’n doel voorbijschiet, dat ze het absolute tegendeel van mijn sympathie bereiken. Ik ben langzamerhand vreselijk kotsmoe van mensen die vrijheid van meningsuiting verwarren met ‘het doel heiligt de middelen’. Die shockerend over waarden, waardigheid en waardevol walsen onder het motto ‘anders wordt er niet geluisterd’. Hordes volgen hen, hordes die gewoon de actievorm leuk vinden, en passant mensen in gevaar brengen, écht voor tonnen schade aanrichten en een podium eisen (en helaas voortdurend krijgen), ‘want zij hebben gelijk’. Zeggen zij. Ik betrap me erop, dat het me niet meer interesseert of ze gelijk hebben; hun manier van de boodschap brengen zet destructief denken in gang en staat me dus tegen, wat zeg ik? Staat me tegen? Ik wijs het af. Het moet bestraft worden, stevig bestraft. In de hoop dat de waanzin dan stopt. Terwijl ik wil dat ze succes hebben. Maar het helpt niet als een malloot die nota bene komt om een standpunt uit te leggen rond klimaatacties zich bij Beau van Erven Doorns op de tafel lijmt. Het optreden van die vent mag bij mij tot gevolg hebben dat de wet dat soort ongein belemmert. ’t Is dat de knaap volslagen ondeugdelijke secondelijm heeft gebruikt, maar anders hadden ze ‘m aan die tafel vast mogen laten zitten, zijn microfoon uitzetten, hem buiten beeld houden, zitten laten, de lamp mogen uitdoen en er niks meer over zeggen. De verkrachting van de wereld is al erg zat, daar hebben we hem niet óók nog bij nodig.