Omdat uit reacties begreep dat mensen vorige week niet uit mijn verhaaltje lazen wat ik probeerde erin te stoppen, een herhaalde poging:
Toen ik me vorige week opwond over die lui die allerlei etenswaren tegen kostbare kunstwerken aansmeten en zich vervolgens naast of tegen dat kunstwerk vastplakten, schreef ik er uitdrukkelijk bij dat ik niet het doel van die actie afwijs. Integendeel: ik ben blij dat mensen de alarmklok luiden over de manier waarop we de aarde systematisch richting afgrond laten draaien door willens en wetens alle desastreuze gevolgen van ons gedrag te negeren of over de schutting van volgende generaties te smijten. Na ons de zondvloed. Toch waren sommigen verontwaardigd over mijn verhaal: ze juichten die Velponprotestanten toe, want: ‘Gewoon protesteren hielp niet meer, nu was er tenminste opeens wél aandacht voor het probleem’. Doel van mijn verhaaltje was aan te geven dat er juist géén aandacht voor het probleem aan de muur geplakt werd, maar dat alle aandacht ging naar het protest. En, voor mij en velen, niet op een positieve manier. En hoe vaker ze het herhalen, hoe méér ’t me tegen staat. Deze week ging er weer erwtensoep tegen ‘De Zaaier’ van van Gogh. Niet mijn begrip voor het doel neemt toe, mijn afkeer van de middelen. Ik verheugde me dan ook dat met snelrecht een straf van twee maanden was opgelegd voor de tomatensoep op Van Goghs Zonnebloemen. Zouden die Bisonkit-dames en -heren niet doorhebben dat sommige actievormen vooral de standaardreactie oproepen om zich niet bezig te houden met de boodschap, maar met het om zeep helpen van de boodschapper? Da’s net zoiets als wat ik had met de boerenprotesten rond de stikstofperikelen. Hun eerste protestgeluiden lieten mij vrij snel méér nadenken over de stikstofdiscussie. Toen ze met hun machtige tractoren de deuren van het provinciehuis ramden, een auto van een onwelgevallige journalist met journalist en al op z’n kop de sloot in kieperden, verloren ze mij in even snel tempo als ze me gewonnen hadden. Veldslagen met de politie en storten van asbesthoudend afval, hoe onbegrepen men zich ook voelt, leiden bij mij niet tot meer begrip. Integendeel. Ik haak af. Het recht op demonstratie is een grondrecht, de vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Als ik dat alleen meen te kunnen verkrijgen door over andere rechten en groot goed heen te walsen, jammer dan. Overigens: als ’s lands boeren rotzooi zaaien, komt dat zaad niet uit de lucht vallen. Dat kunnen ze zó afgekeken hebben van de leiders van dit land. In de Kamer vinden we tegenwoordig genoeg figuren, die er satanisch genoegen in scheppen beschadigende rellen te trappen. Als ze de krant maar halen en stemmen trekken. Zodat er in toenemende mate mensen rondrennen die onder het mom vrijheid van meningsuiting het recht opeisen om stuitende dingen te roepen, anderen te beschadigen, mensen en goederen in gevaar brengen: DAT moet bestreden worden, zodat er daarna weer wat constructiever over de echte problemen gepraat kan worden en er iets aan gedáán kan worden. Want dat wordt tijd. Hóóg tijd. En wie dat niet wil moeten we vastplakken. Met secondelijm. Minstens twee maanden…