Onze buurt verjongt in snel tempo. Een vriendelijke manier om te zeggen ‘wij worden toch wel erg snel erg oud’. We zijn zo stilaan de laatsten in onze straat, die er als ‘eerste bewoners’ zitten en zijn intussen het oudste koppel. We hebben dan ook al heel wat verschuivingen in de populatie meegemaakt. Aanvankelijk woonden er veel grote gezinnen in onze straten. Genoeg om het speelterreintje bij ons tegenover regelmatig te bevolken met een kwetterende kinderschaar, later op de avond afgewisseld met de wat oudere jeugd, die andere spelletjes deden. De aantallen kinderen per gezin namen echter af, kleine kindertjes werden groot. Buurtbewoners die vroeger met een handtekeningenlijst hadden gelopen om de aanleg van het speelterreintje tegenover ons te eisen van de gemeente, liepen opeens met een handtekeningenlijst om dat veld met die schreeuwende kinderen op te doeken. Tja, hún kinderen waren de deur uit en je wilt je rust, nietwaar? Terwijl het in werkelijkheid juist steeds rustiger werd in het speeltuintje. Wat ik best jammer vond, want voor mij was het grote raam van de zitkamer, met uitzicht op dat veld, een voortdurend wisselend schilderij van Breughel. Zo af en toe komen juffrouwen en oppasmoeders van het kinderdagverblijf of eerste groepen van de basisschool nog wel eens op ‘excursie’ naar dat plekje in onze straat en herleeft er iets van dat oude sfeertje. Het kan echter het besef niet wegpoetsen, dat, in de loop der tijden veel méér verdwenen en veranderd is. Niet van vandaag op morgen; een sluipend proces. Opeens betrap je je er bijvoorbeeld op, dat je de namen van de mensen in de straat niet meer kent. Vroeger wist je ze allemaal, tegenwoordig kennen we de namen van de buren niet eens. En dat ligt nog niet aan ons kortetermijngeheugen. Nee, het burencontact beperkte zich steeds meer tot vriendelijk goeiedag zeggen en het pakje van Zalando of Bol.com afgeven dat bij afwezigheid van de buurvrouw bij jou is bezorgd. Zijn we zoveel onvriendelijker geworden? Ik denk ’t niet. Mogelijk wel wat meer teruggetrokken tussen de eigen vier muren. Ieder paalt zijn eigen territorium af. Letterlijk. De buurman die een jaar geleden naast ons introk, zorgde ervoor dat ik me opeens realiseerde dat wij ook op dat gebied tot een uitstervend ras beginnen te behoren. Hij belde aan en vroeg of wij onze gezamenlijke schutting niet met hem samen wilden vernieuwen. Ik maakte hem duidelijk dat dat geen gezamenlijke schutting was. Sterker, dat wij géén schutting hadden. De schutting van de andere buren was ooit verrezen op hún initiatief. Opeens besefte ik dat wij de enigen in de hele buurt waren die weliswaar links en rechts zo’n schutting hadden, die niet van ons was, maar naar achter toe, geen afscheiding of poort. En daartussen, hebben wij een wilde verzameling bomen, struiken en mosgras. Een ramp, maar een groen vogelparadijs. Op de meeste plekken in de buurt al jaren vervangen door tegels, of aangeharkte kattenbak. Wij niet. Wij zijn dus écht oud. En wij zijn daar blij om…..
Françoise