Ik had altijd, zonder veel nadenken, sympathie voor mensen die, vaak eeuwenoude, tradities in stand houden. Waarbij dat ‘eeuwenoud’ vaak met een traditionele korrel zout genomen moet worden. Heringbietconcerten zijn niet van drie eeuwen terug, maar door Uzze André in zijn starttijd met het Salonorkest op het Slevrouweplein uitgevonden. De Elfde van de Elfde was niet al eeuwenlang een traditioneel feest dat vastgebakken zat oppe Vriethof, de Oktoberfeeste zijn echt geen verworvenheid van Sittard en stammen daar al zeker niet uit het begin vorige eeuw. Bij dat ‘eeuwenoud’ leerde ik al snel vraagtekens zetten omdat ik zelf in de kraamkamer van veel van die tradities aanwezig was. Geen probleem hoor. Beetje relativiteit moest kunnen. Ook toen ik me realiseerde dat het vasthouden aan eeuwenoude tradities soms flink botste met de sinds de middeleeuwen toch wel écht veranderde inrichting van onze samenleving. Noem de rol van de vrouw, die als Marketenster nog wel mee mocht met de schutterij of als Koningin haar Schutterskoning wat meer glans mocht geven, of op de trom mocht slaan. Mondjesmaat verschuift dat wat, maar moet het schutterswereldje een mannenfort blijven omdat dat traditie is. Zoals ook in carnavalsverenigingen de vrouw maar millimetergewijs haar pumps tussen de deur krijgt. Vaak alleen wanneer de heren niet meer in staat zijn de traditionele gaten zelf nog te vullen. Mijn twijfel werd jaren terug afwijzing toen een vrouwelijke deputé niet het eerste schot op de vogel mocht afvuren. Bij Sinterklaas maakte ik nadien de ontwikkeling door van, ‘wat moeten die Roetvegers met hun tengels aan MIJN tradities!’, naar ‘waarom kan ik niet gewoon even begrip opbrengen voor gevoelens van een ander, waar ik overheen wals’? Waarom blijven tradities heilig als ze groepen mensen aan de kant schuiven? Achteraf vraag ik me af waarom het zo lang geduurd heeft voor ik in verzet kwam tegen achterlijke gebruiken uit lang vervlogen tijden. Die historisch waren en ‘dus’ goed. Mijn goede voornemen voor 2023 is om met veel, desnoods eeuwenoude tradities snel te breken als ze niet in deze tijd passen, of haaks staan op gewoon nuchter nadenken. Ik besef dat ik met zo’n uitspraak zo vroeg in ’t jaar veel liefhebbers van traditie tegen de haren in strijk. Maar, pratend over ’t begin van ’t jaar, weten we dat we, vanwege de traditie, begin dit jaar voor 110 miljoen euro de lucht in joegen? In een crisisjaar? Weten we dat we daarenboven voor 10 miljoen schade aanrichtten? Uit traditie? Terwijl we lezen dat de voedselbanken de toeloop, ook die van middenklassers met een baan, niet meer aankunnen? Maar nee: kom niet aan onze traditie! Waarbij een paar blinden en zwaargewonden er nu eenmaal een beetje traditioneel bij horen. DAT soort vragen stel ik tegenwoordig bij het eeuwenoude recht om het nieuwe jaar knallend te beginnen. Als we die verknalde miljoenen nu eens op 1 januari traditioneel geven aan wie ’t écht nodig heeft? Zeg niet ‘Dat wil geen hond’. Honden willen dat juist wel. Die schrikken zich, traditioneel, elk nieuwjaar een rotje.