Vorige week hield Radio 5 een ‘Week van de Jaren 60’. Zeven dagen vulden de klanken van de tophits uit die tijd ons huis en ’t voelde lekker. De zestiger jaren waren die waarin ‘het gebeurde’, ‘Wilde Jaren’, waarin de seksuele revolutie plaats vond en ‘We’ ons ook op talloze andere gebieden vrijheden en nieuwe ideeën toe-eigenden. Als dan Elvis, Beatles en Stones weer over elkaar heen je woonkamer in struikelen, is het weer even nadrukkelijk ‘mijn tijd’. Als Procol Haram met z’n Whiter Shade of Pale weer een paar keer voorbij komt, herinnert me dat aan een grootse ommekeer in mijn leven: ik ging meedoen, ik hoorde erbij, ik mocht m’n eigen invulling geven. Leonard Cohen, Boudewijn de Groot en Herman van Veen zorgden voor de muzikale entourage. Bij dat soort euforie vergeet ik dan dat Radio 5 me in diezelfde week Rudi Carrell langs brengt en Heintje met ‘Ich bau dir ein Schloss’. Op dat soort uitfilteren van belevenissen en belevingen betrap ik me vaker; ik onthoud wat ik gebruiken kan in mijn wensbeeld van het verleden, de rest gum ik uit. Soms gebeurde het omgekeerde: dan accepteerde ik dingen als heel normaal en kom er nu, 50 jaar later, pas achter dat ik deel uitmaakte van een revolutionaire ontwikkeling. Vorige week was Monique van de Ven op televisie bij gelegenheid van de 50e verjaardag van de film Turks Fruit. Ik ben 50 jaar geleden naar die film geweest en vond hem geweldig. Vanwege het verhaal en niet vanwege de ontwapenende erotische openheid. Nu ze weer fragmenten uit die film lieten zien, realiseerde ik me opeens dat ik indertijd in diezelfde vanzelfsprekendheid was meegelift in een vrijheid van denken en beleven alsof het van alle tijden was geweest. En niet alleen ik. Oben ohne of alles ohne kwam je op alle stranden van Europa tegen en niemand keek er voor om. Integendeel, je liet zelf ook die laatste lapjes textiel in je badtas. Het was niet van alle tijden. Sterker: in de loop der decennia trok iedereen haar badpak weer aan. Jij ook. Tegenwoordig is zo’n oben ohne show ondenkbaar tenzij in een strikt afgeschermde omgeving. Heel gek. Niemand heeft dat verboden of verordonneerd, maar ineens was de klok op dat gebied teruggezet. Als een zwerm vogels, waarvan geen mens weet waarom ze opeens, zonder duidelijk commando, naar links of rechts vliegen. Maar ineens is iedereen vanaf probleemloos Monique van de Ven kijken naar een preutsheid gevlogen, waarvan de huidige generatie waarschijnlijk denkt dat die heel vanzelfsprekend of zelfs van alle tijden is. In feite is niets vanzelfsprekend. Integendeel. Vanzelfsprekende dingen van vroeger ‘kunnen nu écht niet meer’, sterker, je wordt ervoor verketterd. Wordt er zelfs om voor de rechter gesleept. Mensen schieten massaal door, privacywet wordt een vorm van Paranoia, een arm om de schouder een Me-too rechtszaak, een opa die een vrolijk kind fotografeert een pedofiel. Vreemd, de zestiger jaren revolutie heb ik gekoesterd, de revolutie van het terugzetten van de klok heb ik helemaal gemist.