Vroeger dacht ik dat je revoluties uit geschiedenisboekjes haalde. Noem de Franse Revolutie, of de Industriële Revolutie. Symbool van de industriële was voor mij de stoommachine, van de Franse de guillotine. Die revoluties speelden vér voor mijn tijd en leerde je dan uit boekjes. Later realiseerde ik me dat de revoluties van nu uit boekjes en verhalen kwamen, die de omwentelingen van tevoren beschreven. Voorspellingen die Jules Verne vroeger opschreef noemden wij leuke fantasieën maar werden allemaal gerealiseerd. Science fiction films waarin Scotty live contact opnam met captain Kirk op een andere planeet via zijn polshorloge, een Chrit Titulaer die in het Huis van de Toekomst spraakgestuurd de gordijnen sloot. Allemaal leuke fantasieën. Maar ze werden werkelijkheid. Precies zoals voorspeld. Ik stond erbij en had het nauwelijks gemerkt. Voor mij lokte gewoon de ene uitvinding de andere uit. De telefoon bijvoorbeeld. De revolutionaire uitvinding dat je met iemand ver weg kon praten hing bij ons aan een draad in de gang en stond later in de huiskamer. Niet iedereen had zo’n wonder. Mijn vader had er een voor ’t werk. De buren kwamen dan voor een dubbeltje bij ons bellen, of werden gebeld en dan moest je ze als kind gaan halen. Toen ineens had iedereen ze, ze gingen los van de kabel, je was overal bereikbaar en kon er steeds meer mee. Revolutie. Opeens kon je er foto’s en films mee maken, beeld bellen, berichten sturen, betalen, vragen stellen en antwoorden krijgen. Nauwelijks iemand besefte dat op de achtergrond een ‘hogere macht’ speelde, die al die ontwikkelingen aanstuurde. Zoals in religies. Het Alziend Oog, dat in iedere huiskamer hing. God ziet alles. Totdat George Orwell ‘1984’ schreef, een tamelijk maf boek dat een totalitaire samenleving beschreef, waarin de overheid het totale leven van burgers controleert, inclusief hun gedachten. Door voortdurende bewaking, (‘Big Brother’), manipulatie van geschiedenis en taal, onderdrukking van individuele vrijheid. We lazen het als Science Fiction, maar het gaf inzicht hoe je een volk kon manipuleren. Rond WO II had Jozef Goebels aangetoond hoe je dat via de media kon doen. Een volk een dictator laten bejubelen en de gruwelijkste dingen laten geloven en doen. Die media werden nu gedigitaliseerde datastromen. De verschijnselen uit ‘1984’ begonnen overal om me heen op te duiken. Big Brother bestond. Die wist in toenemende mate alles van me, kneedde de mening van iedereen, liet mensen klakkeloos dingen geloven. Big Brother heette Mark Zuckerberg of Elon Musk, die opeens bij Trump op het bordes opdoken, die ze lieten zeggen wat zij wilden en iedereen begon daar ja en amen op te roepen. 1984 is nu en overal. De grootste revolutie van mijn leven, ik sta er middenin en heb ‘m gemist. Ik weet niks van Big Brother, maar hij alles van mij. Ik kan klagen maar ik krijg een computer aan de lijn. Niet wij denken, maar ’t systeem. Vroeger heette dat de Voorzienigheid of de Führer, tegenwoordig AI. En AI beschrijft zijn eigen revolutie in de geschiedenisboekjes. Dus die zijn waar.
.