Reclames volgen vaak de trend van ’t moment. Rond Valentijnsdag vliegen de parfums en sieraden je om de oren. Nu komt Moederdag eraan en blijkt dat onze Mam nog steeds goed is voor een flesje Chanel en liefde, gesmeed in zilver en goud. Zo’n moment is nog herkenbaar. Maar soms is er opeens één bepaald artikel ‘zomaar’ voortdurend in beeld. Op dit moment bijvoorbeeld auto’s. Alle merken, alle prijsklassen. Als ’t maar rijdt, een stuur heeft, blinkt en weinig geluid maakt. Zo’n autoreclame wordt vaak verpakt in een verhaaltje, waarvan je niet weet waar ’t over gaat. Pas in de laatste seconde blijkt dat ’t over een auto ging. Soms weet ik aan ’t eind nog niet, waar ’t eigenlijk reclame voor was. Da’s maf natuurlijk. Iemand betaalt tonnen om zo’n spotje te maken en uit te zenden; dan zou je toch op z’n minst moeten weten waar ’t over gáát. Toch schijnt er geld mee verdiend te worden, anders deden ze het natuurlijk niet. En als ik zeg ‘geld verdienen’, bedoel ik véél geld. Reken maar eens uit hoeveel Freshmintjes van een paar cent je moet verkopen om vijftigduizend euro reclamegeld terug te verdienen. ’t Schijnt te lonen. Eén van de meest ergerlijke voorbeelden daarvan is voor mij de reclame van Dierenlot, die begint met een zielige ooievaar met een gebroken poot. In bijna twee minuten kostbare zendtijd, dat is langer dan de Cocacola reclame met Kerstmis, leggen ze uit dat de arme diertjes straks geen zorg meer krijgen, ‘omdat ze het met het privé-inkomen van de vrijwilligers niet meer halen’. Duizenden donateurs betalen een paar euro om twee minuten zendtijd van 1000 euro per seconde te betalen. Dat lukt alleen als je eerst een stuk of vijf keer hetzelfde verhaal vertelt en die ooievaarspoot net zo vaak in beeld herhaalt als het gironummer. Ik erger me daaraan. Maar mijn ergernis is geen graadmeter. Het schijnt dat reclamejongens vaak juist hun best doen om irritant over te komen. Negatieve gevoelens blijven veel langer hangen dan positieve. Als ze maar over je lullen. Vandaar al die reclames die ons voor debiel schijnen te verslijten. Die idioten die de hele reclame lang in de lucht staan te staren omdat ze thuis een spanplafond hebben. Die zoot infantielen rond een vergadertafel die met piepstemmetjes Haribo-kersjes in de oren hangen. Ik ben Ninjáááh Oef! Net als die idioot van Hornbach die met z’n zaag naar bed gaat. JippieJAJAjippiejey! De zaagofiel. Dat moet ie. Dat verdient. Mij ergert ‘t. Net als de vaginale jeuk, compleet met brokkelige afscheiding en nare geurtjes, die ze dansend m’n huiskamer inbrengen. Liefst als ik zit te eten. Er is een reclamecodecommissie die moet beschermen als er misleid wordt. Waarom zegt die niks als ik eerst een reclame krijg dat 90 % van ‘Wij vrouwen’ dansend Libresse aanbeveelt, terwijl twee tellen later statistisch bewezen blijkt dat acht van de tien ‘Wij vrouwen’ dansend Always gebruikt? Mij bewijst het alleen: Wij vrouwen worden vrolijk dansend voor ’t absorberende lapje gehouden.
Françoise