Wie mij kent weet, dat ik me hier zelden met ‘politiek’ bezig houd. Mijn Sjattepoemel is er blij om. Die vindt mij lief, maar schaamt zich vaker te blubber als ik in gezelschap wel eens iets opper over de politiek. Hij ‘rent al jaren rond in het circuit’ en vindt dat dat hem voorsprong geeft in discussies. Acherm. Maar goed, ik heb het zelden over politiek. Niet omdat ik er geen mening over heb, maar omdat ik ’t gekrakeel eromheen doorgaans niet interessant vind en/of de taferelen weinig verheffend vind. Bijvoorbeeld als er duidelijk kulargumenten gebruikt worden of zichtbaar gelogen wordt. Maar in de meeste gevallen omdat ik ’t al snel allemaal stinklangweilig vind. Waarbij de media mijn ‘afkeur’ in een handomdraai opschroeven naar ‘bloedhekel’ door eindeloos door te blijven zagen over onderwerpen, met steeds dezelfde ‘deskundigen’ in verschillende samenstellingen. Sommigen van die betweterige beroepscommentatoren duiken zelfs in twee praatprogramma’s op één avond op met hetzelfde verhaal. Soms zit er dan ook nog een figuur als Gerard Jolink aan tafel, ingehuurd om iets over de Toppers te vertellen en die neemt zogauw ie de kans krijgt de gelegenheid te baat om de uitzending ook over te nemen als ’t over lands- of wereldpolitiek gaat. En dat helpt op haar beurt dan meestal weer om mij als de donder naar een andere zender te laten zappen. Nee; politiek is gewoon niet zo mijn ding. Waarom ik er toch over begin, is omdat ik in toenemende mate erachter kom dat de politieke discussie om mij heen een heel ander karakter begint te krijgen. Ik weet best dat politieke tegenstellingen van alle tijden zijn, dat ook vroeger het gehakketak tussen links en rechts en alle schakeringen daartussen ook wel hard er aan toe kon gaan. Beginnen over politiek kon op familiefeestjes ook toen vaak geheid recept voor herrie zijn. Maar dat waren wat rimpels in de vijver. Ik heb het gevoel dat tegenstellingen tegenwoordig geen barsten meer zijn in menselijke verhoudingen maar ravijnen. Je bent links óf rechts, vóór of tegen, tussenweg is er niet. Argumenten doen er niet meer toe. Je zit in kamp a. of kamp b. De taal verhardt; je bent niet meer andersdenkend, je bent tegenwoordig op z’n minst een domme onbenul of een vijandige lul, je bent links tuig en ze moeten je afschieten. Dat zeggen niet jouw aartsvijanden, dat schrijven de buurmannen die je vriendelijk goeiedag zeggen op straat, of de meisjes aan de kassa op hun Facebook. Die volgen ‘leiders’, mensen met dictatoriale trekken. Klakkeloos. Wat die ook doen of zeggen. Anderen zijn het schuld, zijn tuig, lul of moet afgeschoten worden. Ik ken dat soort verschijnselen uit geschiedenisboekjes. De dertiger jaren. En dáárom interesseer ik me opeens in politiek. En zeg er wat van. Want ik heb er geen verstand van. Maar weet, door de geschiedenis toen, waar het toe kan leiden nu. En zie ’t desondanks gebeuren. Weer. En dat maakt niet alleen bang. Dat moet stoppen. Niet de brallers zijn dom. De zwijgers.
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...