Wij hadden vroeger in de klas meiden zitten, waar de rest naar opkeek. Wat die voorstelden werd gedaan, wat die zeiden was waar. Niet omdat het waar was, maar omdat zij het zeiden. Die waren onaantastbaar en zaten daarom bovenaan in de rangorde van het kippenhok. Als hun woorden niet voldoende waren, lieten ze ’t op een ordinair kippengevecht aankomen, waarbij de ander uiteindelijk altijd met een gehavend verenpak en uitgejoeld door de rest in een hoekje van de ren ging zitten om al dan niet huilend de vleugels weer enigszins recht te buigen. Een zielige rangorde, maar onverbiddelijk. Het begrip ‘Pikorde’ werd in de kippenren erg letterlijk genomen. Erg logisch waren die machtsverhoudingen eigenlijk niet, want de bovensten in rang waren doorgaans niet de meiden met de beste rapporten. Integendeel. Vaak kreeg zo’n griet een wat beter punt omdat ze de goeie antwoorden bij jou had afgekeken. Nog gekker: de nonnen die in mijn jeugd de scepter zwaaiden over de klas, wisten best wel van die scheve machtsverhoudingen af, maar pasten er wel voor op om iets te veroordelen, want dan verstierden die figuren hun les en ze wilden toch op een beetje aangename manier de dag, de week, maand, ’t jaar doorkomen. Die nonnen hadden op de Kweekschool, later de Pedagogische Academie geleerd dat je er voor moest waken de groepsdynamiek te verstoren of de macht van informele leiders in ’t kippenhok te onderschatten. De pikorde is van alle tijden, soms veranderen de verschijningsvormen mét het tijdsbeeld, maar het principe blijft hetzelfde. Met de komst van Social Media werd bijvoorbeeld de mogelijkheid om de leiders te verheerlijken oneindig veel sterker, de standaard gewoonte en de verleiding om ze klakkeloos te volgen oneindig veel groter. De ingebakken behoefte om bij de kant te horen die het voor ’t zeggen heeft, wordt ook nog eens bijgestuurd zonder dat je het beseft. Via ‘algoritmen’ wordt geanalyseerd waar jouw voorkeuren liggen en wordt je één kant opgezogen. Zoals je vroeger op de speelplaats toegezogen werd naar de hoek waar de topmeiden een gevecht hadden uitgelokt en iedereen er opgewonden omheen stond te joelen en aan te moedigen, inplaats van in te grijpen, precies zo zit je in deze digitale tijd in een mum te kijken naar duizenden eindeloze rijen mensen, die hun idool kritiekloos volgen en vereren alsof het god is, zelfs als volkomen duidelijk is dat het figuur liegt, zaken verdraait, versimpelt. Aan de andere kant wordt wie af wil wijken van de groepsverering of ‘bij het andere kamp in het kippenhok hoort’ met de grond gelijk gemaakt, plat gescholden, dood gewenst, bedreigd, beledigd. Daar was ’t gejoel op de speelplaats vroeger he-le-maal niets bij. De kippenstrijden van vroeger zijn digitale hanengevechten op leven en dood geworden. Je ziet dictators opstaan, het ‘Ein Volk, ein Führer’ klinkt door. En wie er iets van zegt, heeft in ’t kippenhok geen leven meer. De ouwe pikorde. Die vroeger al een ramp was. Maar waarbij ik tegenwoordig meer aan pik dan aan orde denk.