Ik ben opgegroeid in een wereld waarin Parabels mijn levensweg inkleurden. Die verhaaltjes stonden in de bijbel en ze behandelden thema’s en levenslessen zó, dat zelfs ik snapte wat er bedoeld werd. En dat wil wat zeggen. Favoriet bij mij was die van de boer die zaaide, waarbij een deel op de rotsen viel en stierf en een ander deel op vruchtbare aarde en rijkelijk vruchten voortbracht. Ik dacht altijd dat het meeste, dat bij mij uitgezaaid werd, op de rotsen viel, maar dat verhaaltje heb ik bijna zeventig jaar onthouden, dus ergens moet bij mij tóch vruchtbare grond gezeten hebben. Ik vond sowieso dat parabels een prima uitvinding waren om vaak toch wat diepgravende vraagstukken op een begrijpelijke manier ook bij het gewone klootjesvolk te laten landen. Tegenwoordig doen ze ’t niet meer zo verhalend. Een boodschap wordt nu verpakt in Oneliners. In verkiezingstijd wint degene die zoveel mogelijk in zo weinig mogelijk woorden zegt. De pers aast daar op. Dat scheelt hun een heleboel schrijverij. Die laten Wilders liever vijf keer triomfantelijk ‘Verraad’ roepen tegen Kaag, dan dat ze uitleggen dat een van de twee goeie ideeën heeft. Want dat lezen de mensen niet. Dat kost abonnees en/of kijkcijfers. Dat indikken tot één of een paar woordjes zegt overigens niet alles, want de pers vond bijvoorbeeld dat Wilders won van Kaag met dat vijf keer ‘Verraad’ door Kaags verhaal roepen, maar Kaag steeg enorm in zetels en Wilders zakte. Misschien waren parabels toch beter geweest. Ik zou ’t best toejuichen als er weer wat meer in parabels uitgelegd werd. Vanmorgen werd ik wakker en ’t eerste dat bij me binnenrolde was een buitenconcert van onze huismerel. Half zes ’s morgens, alles nog in diepe rust, maar uit dat kleine keeltje van onze gevederde zwarte kostganger klonk een loepzuiver recital door de vrieskou. Zo’n vogel heeft daar niet voor gestudeerd. Die kruipt uit z’n ei, trekt hier en daar een piereling uit de löss, fladdert drie keer met z’n vleugeltjes, piept drie keer, vliegt mijn boom in, bouwt een nest en geeft een topconcert. Gratis. Aan die geweldige riedeltjes kan een violist, die 8 jaar conservatorium heeft gedaan, niet tippen. Al brengt ie dagelijks concerten over de hele wereld, (nou ja, bracht, ’t is coronatijd): de virtuositeit van mijn huismerel bereikt die violist niet. Nog wakker soezelend, lig ik op bed verrukt te genieten van dit sublieme ochtendcadeau. Opeens wordt de lucht rauw verscheurd door het ‘KAAH, KAAH, KAAH’ van een stuk of vijf kraaien, die schreeuwend in een struik verderop verdwijnen en daar dóór blijven lawaaien. Onze merel pakt z’n viooltje in ’t kistje en verdwijnt zwijgend terug naar z’n boom en gaat door met de bouwvakwerkzaamheden rond z’n nest. Maar morgenvroeg zingt ie weer. Buiten ruziën de kraaien verder, af en toe hoor je een duif, in de verte een auto die de avondklok uitrijdt. Maar de zon komt gewoon op. Niet treuren dus. Het is als verkiezingen. Vandaag winnen de kraaien, morgen zingt de merel weer.
Françoise