Oud worden is een relatief begrip. Ik zag laatst een foto van een oude leraar van me. Van die ooit forse man was nog maar een hoopje ellende in een rolstoel over. Mijn oude meester. Deze week werden er op de TEFAF een aantal Oude Meesters verkocht die in de loop der jaren beduidend in waarde vermeerderd zijn. Het verschil tussen oude meesters en Oude Meesters. Het verschil in de waardering van oud, kan ook liggen aan de leeftijd van degene die ernaar kijkt. Jeugd, die naar ouderen kijkt, heeft een heel andere inschatting dan een beoordelaar van dezelfde of nog hogere leeftijd. Wij kregen op vrij jonge leeftijd pleegkinderen in huis. Die kwamen terug van hun eerste lessen op de middelbare school en vertelden helemaal ontdaan, dat ze voor Nederlands een kei-ouwe vent als docent hadden. ‘Die is wel zevenentwintig!’, riep de één. ‘Als ’t geen ACHTentwintig is!’ riep de ander er ontzet achteraan. Wij waren toen zesentwintig en hadden niet bepaald de neiging om het etiket ‘Kei-oud’ in onze jas te naaien. Toen we dat fijntjes inbrachten, zeiden ze geruststellend ‘Ja; jullie zijn ook wel oud, maar anders’. Ach, we weten van onszelf hoe onze eigen kijk op oud-zijn was verschoven. En dat nu, vijftig jaar later, nog steeds doet. In onze jeugd waren oudere mensen veel ouder dan nu en veel eerder. En dat ligt er niet aan dat de gemiddelde leeftijd in de loop van ons leven stevig gestegen is. Nee, men was toen veel ouder, dan degenen die nu diezelfde leeftijd hebben. Als je je vroeger met 60 jaar nog niet ingeschreven had voor het bejaardenhuis, was je te laat. Op je vijfenzestigste zat je daar in, er werd voor je gekookt en gepoetst, je liet je een permanentje zetten, trok een bloemetjes- of bolletjesjurk aan, ging in een leunstoel zitten en je had het gehad. Je was oud, trok heel snel nog uitsluitend donkere kleren aan en keek berustend en grijs de wereld in. Tegenwoordig kijken we met z’n allen naar het Tv-programma ‘We zijn er bijna!’ waar een stel ouderen met caravan of camper wekenlang naar en door Zuid-Europa toeren. Mevrouw Adriaans van drieëntachtig heeft haar eigen campertje en heeft voor deze tocht een vriendin van vierentachtig meegenomen voor de gezelligheid. Ze hebben op internet de nodige zaken uitgezocht over de plekken die de reizende groep wil bezoeken, doen dat soms met de groep samen, soms op hun uppie. In de groep zitten er velen van boven de acht decennia. Toegegeven; zij vallen op als het om mobiliteit en ondernemingslust gaat, maar ook degenen, die lekker thuis blijven, doen dat bij voorkeur niet vanuit het bejaardenhuis, dat later zorgcentrum ging heten en nog later meer en meer verpleeghuis bleek te zijn geworden. Daar kom je helemaal niet meer in zonder indicatie. En indicatie krijg je pas als je van twee kanten gestut moet worden. Ik ben nog niet mee geweest met ‘We zijn er bijna’. Ik ben dus niet oud. Hoogstens extra belegen.
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...