Er ligt een onmetelijke hoeveelheid dingen in onze hersenpan opgeslagen. Al die kennis vergt gauw een bibliotheek van formaat, maar bij ons zit het in een miniem klein stukje bloemkoolvormig weefsel in onze hersenpan. Verreweg het grootste deel van onze verzamelde herinnering zit er wel, maar daar doen we verder niks mee. Totdat, desnoods na 60, 70 jaar een beeld, een geluid, een geur opeens de knop blijkt te zijn die zo’n stukje herinnering opeens weer ‘aan’ zet. Een foto, een stem, een anekdote, de reuk in een ruimte. En ineens begint de film rond zoiets opeens weer te lopen, vaak in glashelder beeld. Hoe je als kind, met pijn aan de voeten van Duiven naar Westervoort liep. Je ziet de wondjes nog aan de hakken, de stukjes hansaplast, die ervoor moesten zorgen dat het niet helemaal een bloederige toestand zou worden. Je ziet de geïrriteerde gezichten van de grotere zusjes omdat ze telkens op die treuzelende kleinste moesten wachten. Je voelt na meer dan 70 jaar nog de kwaadheid omdat je wist dat het kwam doordat dit niet jouw schoenen waren, maar een paar van het overbuurmeisje, die niet jouw maat had. En niemand snapte jouw gif, laat staan dat die getolereerd werd. Een héél minuscuul voorbeeldje. Nutteloze herinnering. Maar er is ook leuke herinnering. Noem bijvoorbeeld het zingen. Niet voor niets wordt dat kostbare geheugendeel bij de meeste mensen als kleinood weggestopt in ’t kamertje in hun brein waarvan ze als laatste de sleutel afgeven als dementie daarboven alles sloopt. Je kunt de naam van je dochter en je lief vergeten, maar niet de drie coupletten van Sarie Marijs. In die rare Suid Afrikaander Taal. Die rare taal dondert net zo min iets als al het Latijn dat erin is gebrand. Als bij een begrafenis de mis in het Gregoriaans gezongen wordt, zing jij na 75 jaar moeiteloos het Kyrië mee, terwijl dat al decennia geleden geschrapt is. En je roept ‘et cum spiritu tuo’ als een bejaarde pastoor eens per ongeluk ‘dominus vobiscum’ heeft geroepen. De kerk was het instituut bij uitstek dat ons liedjes en teksten in ’t brein gestanst heeft. Vanmorgen lag er een briefje in ‘n kerk waarop het onzevader geschreven stond. Een tekst die iedereen kent, zou je denken. Maar een paar jaar geleden besloten katholieken en protestanten om de tekst eens naast elkaar te leggen. ‘Want elk had een ‘heel andere’ en ze hadden toch samen één geloof’. Fluitje van een cent. De katholieken zeiden ‘anderen hun schuld vergeven’ de protestanten ‘vergaven hun schuldenaren’. En die protestanten wilden niet ‘in de verzoeking’ komen en de katholieken ‘in de bekoring’. Na lang vergaderen maakten ze er ‘beproeving’ van. Ik kom zelden in de kerk, maar bij een begrafenis of zo dan hoor ik overal om me heen dat katholieken, ook na al die jaren, geen ‘in beproeving’ zeggen. Die katholieken blijven ‘in bekoring’ opdreunen. Wat de pastoor ooit in die hersenpannen geramd heeft, krijgt ie er met zo’n briefje niet meer uit. Amen.
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...