Toen Rene Goscinni, de geestelijk vader van Asterix en Obelix, het album Asterix en Obelix en De Intrigant bedacht, heeft mogelijk mijn ome Frans model gestaan voor de hoofdrolspeler in dit oud-Romeinse drama. De intrigant heette Cassius Catastrofus, die het klaarspeelde om in zijn flat in Rome zóveel tweedracht te zaaien, dat iedereen, die tot dan in pais en vree samen leefde, opeens met elkaar op de vuist ging. Caesar liet de onruststoker voor de leeuwen gooien. Cassius wist de leeuwen zó tegen elkaar op te zetten, dat de beesten elkaar ombrachten in plaats van de lastpak. Toen stelde ’n superslimme Romeinse senator voor om de etterbak als geheim wapen naar het onoverwinnelijke Gallische dorpje te sturen. De Romeinse legioenen kregen Asterix en z’n vrienden immers niet onder de duim met wapens; misschien was tweedracht zaaien op het professionele niveau van Cassius een veel effectiever middel. Via een sluw mengsel van roddels, leugens, verdraaiingen wist het akelige onderkruipsel de in harmonie met elkaar levende Galliërs verbluffend snel op de kast en tegen het plafond te jagen. Met elke bladzijde uit dat stripboek kreeg ik steeds meer associaties met ome Frans. Ik stam uit een harmonieuze familie, waarin het goed toeven is. Tot ome Frans binnenkomt. Dat begint met wat onschuldige roddeltjes tegen Herman over tante Rika of ome Dolf of zo. Daarna gaat ome Frans door naar ome Willem, de man van tante Rika, aan wie ie stomverwonderd vertelt dat Herman hem zojuist een paar verschrikkelijke verhalen over zijn vrouw heeft toevertrouwd, die weliswaar geheim zijn, maar volgens hem veel te belangrijk om te blijven verzwijgen. Je bent per slot familie. Bam. Op z’n minst is de kiem voor een fikse familieherrie gelegd, maar vaak is alleen met zo’n simpele inleidende beschieting het verjaardagsfeestje al naar de Filistijnen. Het erge is: iedereen wéét dat praten met ome Frans vragen om moeilijkheden is, maar iedereen trapt er toch steeds weer met z’n grote voeten in. Als er een rijkserkende intrigantenopleiding bestond, dan was ome Frans als kind al cum laude geslaagd. Hij trok naar een klein idyllisch dorpje. Altijd pais en vree. Totdat hij er een huisje kocht. Sindsdien is er altijd wel een strijdvraag in het dorp en in de verre omgeving ervan. Altijd met hem aan het front. Dat weet je, want die dingen komen altijd in de krant. Omdat hij daar zelf naar toe belt. Als men in het dorpje juist weer eens eendrachtig iets positiefs bedenkt of doet, doet ome Frans niet mee. Wat dan op zich weer herrie geeft. Ome Frans werd zo volleerd in het herrie trappen, dat hij de politiek inging. Leugens, zelfverheerlijking, onbetrouwbaarheid, desinformatie. Waar hij zijn gezicht liet zien, brak de pleuris uit. Geen wonder dat ie intussen wel zes partijen versleten heeft. Sinds enige tijd zien we ome Frans niet meer. Men fluistert dat het zelfs tante Annie te veel werd en dat ze ‘m de deur uitgelazerd heeft. Maar niemand durft haar te bellen. Stel dat ome Frans opneemt……
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...