Ik stam uit een goed, dus groot, katholiek gezin. Ik was de jongste. Toen mijn vader MIJ in de wieg zag liggen, dacht ie kennelijk ‘hier moest ik maar eens mee stoppen’, maar aan zijn katholiek zijn heeft dat beslist niet gelegen. En mijn moeder had een nog grotere ingebakken vroomheid dan hij. Geen wonder: haar vader was koster geweest, dus had zij geleerd hoe als goed katholiek te leven. Ze had bijvoorbeeld een geheide carrière als zangeres opgegeven, toen ze trouwde. De stichting van een goed katholiek gezin was dan je opdracht als vrouw. Uiteindelijk kreeg ze negen kindertjes. Het enige dat er overbleef van haar zangcarrière was een eigen familiekoor, alle partijen ruim bezet. En wij baden met mamma alle novenen mee, met de blote knietjes op de harde kokosmatten, gingen door weer en wind naar de H. Hartkerk in Roermond en zongen daar ongeveer het stucwerk van de muren. Religie was haar leidraad; als ik me rotgestudeerd had voor een proefwerk en een goed punt haalde, had zij voor de goede afloop gebeden tot de heilige Clemenske. Die had dan voor die voldoende gezorgd. Daar dacht ik toen toch al een beetje anders over. Maar los dáárvan: wij waren meer dan gemiddeld katholiek. Eén broer heeft het zelfs tot missionaris geschopt. Dan wás je wat. Zeker in die tijd. Maar ja; ik was de laatste en groeide op in de roerige zestiger jaren, toen er nogal wat vraagtekens gezet werden achter de gevestigde orde, niet in ’t minst achter die van de katholieke kerk. Voor mij golden dogma’s en kerkelijke voorschriften niet zo vanzelfsprekend. Integendeel. Een van de dieptepunten in mijn, in mamma’s ogen, moreel verval was het moment dat bisschop Gijsen aantrad in Roermond. Velen kwamen in verzet omdat vanaf dag één die man dictatoriaal de klok terugzette naar het rijke roomsche leven van weleer. Ik zag ‘m optreden bij Brandpunt waar Ad Langebent hem vroeg hoe monseigneur om zou gaan met het vraagstuk abortus als een 14 jarig meisje werd verkracht en bezwangerd. Monseigneur antwoordde onmiddellijk en resoluut dat het kind haar kruis moest dragen. De dag daarop stelde de nieuwe bisschop zich voor aan de jongerenkerk in Roermond tijdens een forum na de mis. Ik sloot aan op een eerste vraag ‘of de kerk nog liefde was?’, refererend aan dat vraaggesprek met Langebent. Van gif beet monseigneur zo ongeveer het mondstuk van zijn pijp. ‘Ik nam maar klakkeloos aan wat de kranten over hem schreven’ beet hij mij toe. Ik zei ‘m dat ik ‘m op televisie die dingen zélf had horen vertellen. ‘Hier doe ik niet aan mee’ verklaarde monseigneur en vertrok. Einde gesprek. Ik schreef er een ingezonden stuk over in de krant. Mamma las ’t en was vreselijk kwaad. ‘Zoiets schrijf je niet over een bisschop, snotkuiken!’ Demonstratief verscheurde ze voor mijn ogen mijn ingezonden brief. Pas veel later, na haar dood, vond ik in de map met haar dierbare spulletjes die ingezonden brief, met plakband aan elkaar geplakt. De stiekemerd.
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...