We wilden ‘Fietsen in Midden-Limburg’, meer precies in ’t Leudal bij Nunhem. Mijn sjattepoemel fietste als kind vanuit Roermond vaker naar de bossen langs de Leu. Hij had daar bijvoorbeeld ooit in een aardbeienmandje Lelietjes ter Dalen verzameld en die thuis in de voor- en achtertuin geplant. Later hebben wij scheuten daarvan verhuisd naar ons eerste huis in Herkenbosch en hebben later weer scheuten meegenomen naar Gulpen, waar ze het nog jaren hebben volgehouden. Tenslotte hebben ze toch de absolute verwaarlozing van mijn schat niet overleefd. Tegen de overwoekering die mijn lieverd veroorzaakte met zijn tuinversie van ‘Dolce Far Niente’, Het Zalige Niksdoen, waren zelfs die ijzersterke bloemetjes niet bestand. Afijn, we reden dus richting Leudal, maar bij Sittard kwam opeens het idee op om een middagje rond te fietsen in het Meinweggebied en de Roerstreek. In tegenstelling tot het Leudal ten oosten van de Maas gelegen. Wij hadden in de Roerstreek begin 70er jaren vormingswerk voor Jong Volwassenen opgezet in vijf kerkdorpen en het leek ons aardig om daar nu, 50 jaar later, een nostalgische toer aan te wijden: fietsen door Memory Lane langs de heerlijke plekken waar onze maatschappelijke carrière ooit begonnen was. Ons eerste huis stond indertijd in Herkenbosch. Dat huis stond er nog. En de kerk ook, maar daarmee hadden we wel zo’n beetje de momenten van uitbundige herkenning gehad. Er was in Herkenbosch en alle vijf de andere kerkdorpen zoveel bij, naast en rond gebouwd dat er nauwelijks momenten kwamen van ‘oh ja, kijk toch eens, weet je nog wel schat’ Noch ik, noch de schat wisten nog wel. De uitgestrekte bossen rond het dorp waren inmiddels opgevreten door enorme industrieën, waarvan 50 jaar geleden slechts de eerste bescheiden start zichtbaar was geweest. Waar wij vroeger in het bos speelden met onze Berlijnse vakantiekindertjes stonden nu rijen enorme vrachtauto’s op steenwol, beton en ijzerwaren te wachten. We reden langs het huis van pastoor, die ons vroeger het gebruik verbood van de Beatrixmijngebouwen, die aan de kerk geschonken waren toen de Beatrixmijn niet meer doorging. Wij hadden die gebouwen willen afhuren als onderkomen voor een Kerstwandeling van jongeren. Ons thema was ‘Minderheden’ en de pastoor was er achter gekomen dat er ook mensen van het COC meeliepen. We moesten het thema maar veranderen; ‘Naastenliefde’ vond ie wél goed. We hebben die jongerentocht indertijd dus in Horn laten eindigen. De grond van die Beatrixmijngebouwen heeft de kerk waarschijnlijk goed verkocht aan die industrieën. Afijn we fietsten de streek door en kwamen plaatsnamen tegen die ons niks meer zeiden, bebouwingen, die er indertijd gestaan moesten hebben maar die voor ons volkomen nieuw waren. Voeg daarbij dat we uitsluitend ‘fietsknooppuntenroutes’ wilden rijden waarvan we steeds het spoor bijster waren, en onze Memory Lanetocht werd een puffende rondrit langs ’t bewijs dat al onze romantische herinneringen rond heerlijk werken in een heerlijke streek met zalige plekjes al fietsend na 50 jaar gebakken lucht waren. Volgende keer fietsen we in een streek zonder fietsknooppuntroutes. En zonder herinneringen.
Gewoon lekker dus…