Mijn sjattepoemel en ik hebben de meeste aardappelen gegeten. We zijn, in ons geval al ver, over de helft als het over onze levensverwachting gaat. Dat lijkt een spijtige mededeling, maar ach: de aardappelen, die we al op hebben, hebben goed gesmaakt en we eten lekker door. We zitten er niet mee; een beetje realisme is nooit weg. Dat realisme brengt ons er wél toe dat we soms dingen aanschaffen met het idee ‘dit zou de laatste wel eens kunnen zijn’. Als we dan bijvoorbeeld parket laten leggen hebben we meteen de intentie dat dat ’t tot het eind moet volhouden, dan wel dat we er uiteindelijk een paar vierkante meter uit zagen voor in ’t zorgcentrum. Het remt ons niet in onze koopwoede, integendeel: áls we iets aanschaffen, pakken we wel iets extra degelijks onder het motto ‘áls het de laatste wordt, dán een goeie’. We doen op onze ouwe dag vaak spontaan veel ruiger dan tevoren. Zo hebben wij bijvoorbeeld een lekkere leesstoel aangeschaft en een luxe leren bank. De leesstoel ‘is voor mij bedoeld’, de bank voor mijn sjattepoemel, maar uiteraard gebruiken we ze beiden. ’t Kost wat, maar dan héb je ook wat. We zijn dik tevreden. Of liever: we WAREN dik tevreden, want de bank, net een jaar oud vertoonde opeens rare kuren. De bovenlaag van het leer op een van de armleuningen begon opeens spontaan los te laten. We maakten een fotootje en togen naar de winkel. De man keek naar het plaatje en keek over de rand van z’n brilletje. ‘Gebruikt U medicijnen?’ Ik niet, maar mijn sjattepoemel knikte. Die slikt bijvoorbeeld pilletjes om z’n hart niet op hol te laten slaan. Tja, wie met mij getrouwd is, loopt risico’s. De brillemans in de meubelzaak kon er niet mee lachen. Zonder verdere overgang orakelde ie ‘dan valt dat NIET onder de garantie’. Ik keek even om me heen of we misschien in een opname van Bananasplit zaten, maar nee hoor; De man was bloedserieus. Hij beloofde wel ‘een mannetje langs te sturen’. Wij liepen gierend van ’t lachen de winkel uit en keken thuis op internet onder ‘leren bekleding en medicijnen’. Het lachen was meteen over. Het blijkt een vaak voorkomend euvel te zijn en, erger, die meubeljongens blijken met hun medicijnenverhaal over het algemeen in ’t gelijk gesteld te worden. Ook pillenslikkende kopers die Kassa of Radar hebben ingeschakeld, krijgen te horen dat ze juridisch waarschijnlijk aan ’t kortste eind trekken. Ik speur alle beschrijvingen van de bank door: nergens het woordje medicijnen. Ik ploeg door alle uitsluitingen van garantie: medicijnen worden nergens genoemd. Maar het mannetje namens de winkel komt langs en begint onmiddellijk over pillen. We geven ons niet gewonnen en hij belooft een mannetje van de fabriek langs te sturen. Die komt komende week langs. We zullen daar volgende week verder verslag van doen. Intussen denk ik dat mijn sjattepoemel zwaardere medicijnen moet gaan nemen: als hij het heeft over leren bankstellen, slaat zijn hart er van op hol.
Françoise
(wordt vervolgd)