De plaatsnaam Lüneburg zei me niets. Ik had alleen een vage herinnering aan de Lüneburger Heide. Volgens mij gingen vroeger enkele van mijn broers naar die heide omdat er een groot militair oefenterrein lag. Daar moesten zij in hun verplichte diensttijd in naam der Koningin soldaatje spelen. Zo kon je ongestoord de hele hei naar de ratsmodee helpen. Omdat dankzij de knallerij van mijn broers, geen konijn meer de hei op durfde en omdat zij er met hun tankjes alle bremstruiken kapot reden. Ikzelf wist van geen Lüneburg. Alleen dat ’t heel ver weg lag in ’t buitenland en dat er dankzij hun geen derde wereldoorlog kwam. Zoiets. Ik wist van niks. Tot afgelopen week. Wij waren een midweekje naar Hamburg in gezelschap van ‘ons Berlijnkind’, dat sinds 1972 ons regelmatig bezoekt of wij hem. En dat Berlijnkind zei dat we minstens één dag naar Lüneburg moesten. Dat war Etwas Besonderes. Hat er gelesen. Zo kwam ik erachter dat de stad, waar die hei z’n naam aan te danken had een juweeltje was. Niet omdat ze daar de prachtigste gebouwen hadden neergezet, niet vanwege glimmende shoppingcentra, niet vanwege bekende kathedralen. Nee, omdat ze daar de stad hadden laten staan, zoals die er al eeuwen stond met het basaltblokken straatplaveisel, geflankeerd door stroken keien, zoals ik dat ken vanuit mijn kindertijd. Daar hadden ze de oeroude platanen in laten staan, zoals die in mijn kindertijd bij ons voor de deur stonden. Huizen waren niet vervangen of gladgestreken, ze waren in stand gehouden zoals ze waren. Veldbrandstenen, apart oud siermetselwerk rond de houten raamkozijnen waarin het oude glas nog zat. Enkelglas, met stopverf vastgezet. Geschilderd in de kleurtjes van toen, met de binnenplaatsjes die ik kende van mijn verkenningstochten, die ik in mijn vakanties hield in Duiven, het boerendorpje van mijn ome Dolf. Dat dorpje dat intussen niet meer herkenbaar is, dat samengegroeid is met omliggende dorpen, een Makro heeft, ingepakt is in industrieterreinen en vrijwel elke dag genoemd wordt op de radio omdat er file staat op de autobaan, die ze over het akkerland van ome Dolf hebben gelegd. In Lüneburg lag het er nog allemaal zoals toen. De winkelstraten waren er niet omgetoverd tot de eenheidswinkelworst die je overal elders treft. Waar ze in het gunstigste geval stukjes oude gevel boven de winkels hebben laten zitten, maar daaronder de schreeuwende glaspuien met de van honderden meters ver zichtbare reclames van overal dezelfde verzameling winkelketens. Zeeman en Hema dwars over de prachtigste gevels geplakt. In Lüneburg een rij schattige huisjes en geveltjes, waarboven de deur van een huisje een uithangbordje C&A hangt, met in een ander straatje en een ander huisje de uitgang. Nauwelijks een auto, kuieren, wandelen, rust. Je hebt er geen stadplattegrond nodig, iedere bocht is een afslag naar weer een verrukkelijk beeld van toen. Lüneburg. Een tijdreis naar het begin van mijn leven. Pas na 77 jaar. Omdat mijn broers dat toen kennelijk allemaal normaal vonden. En niks aan mij vertelden. Hetgeen ik ze, postuum, ernstig kwalijk neem.
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...