LHBTIQ. Het rijtje mensen dat onheus en/of ongelijk behandeld wordt vanwege hun geaardheid is in de loop der tijden gegroeid. De H, Homoseksualiteit, ‘ken’ ik vanuit mijn vroegste jaren, maar zat toen in de hoek van ‘dat is een afwijking’. Hetzelfde lot was de L van Lesbienne beschoren, al hoefden die hun liefdesuitingen op straat wat minder weg te moffelen dan homo’s. Maar gek bleef ’t nog lang. Toen de B van Biseksualiteit een begrip voor me werd, was ‘andere geaardheid’ bij mij al lang verschoven van ‘afwijking’ naar ‘anders zijn’, naar ‘andere beleving’, naar ‘eigen zijn en beleven’. Even later diende ik de T van Transgender ook toe te voegen. Ik besefte dat het je niet thuis voelen bij het geslacht dat je bij je geboorte kreeg toegedicht, tot botsingen kon leiden rond de acceptatie van wie je bent en wil zijn. Na enig nadenken lukte me dat bij de I van Intersekse conditie ook, omdat, als je lichaam niet blijkt te passen in de medische normen over hoe vrouwen- en mannenlichamen eruit zien, zelfde soort botsingen ook hierbij best denkbaar zijn. Of intussen elke letter van het rijtje ook moet leiden tot een eigen toiletgroep, mag van mij nog wat langer bediscussieerd worden, maar daar waar mensen niet de kans krijgen om hun eigen geaardheid onbekommerd te uiten en te genieten, verdient het rijtje de volle aandacht. Zelfs met de Q van Queer, de groep die zich in geen enkel hokje van de rij wil laten stoppen, kan ik leven. De pogingen om er de A van Aseksueel en P van Panseksueel aan te verbinden hebben bij mij nog niet zo’n prioriteit. De kans op discriminatie van die laatste groepen schat ik veel minder groot in dan de discriminatie van veel grotere groepen. Bijvoorbeeld van de helft van de wereldbevolking die geboren werd met de lichamelijke kenmerken van een vrouw. Gewoon vrouwen dus. Die deden al decennia vóór de LHBTIQ verwoede pogingen tot emancipatie, maar nog steeds worden vrouwen ongelijk behandeld en bekeken, met name binnen en door religies. Sommigen roepen dan meteen ‘ach dat was vroeger’ of ‘dat is elders’. Forget it; de regel ‘de vrouw dient de man te volgen’ moge dan officieel uit onze wetjes en die van de kerken verdwenen zijn, maar wie in bijvoorbeeld de katholieke kerk naar de vrouw in de leiding zoekt, zoekt nog wel even. En niemand lijkt het gek te vinden. Over achterstelling binnen een instituut waarop veel van onze waarden en normen stutten zwijgen we in meerderheid, mannen én vrouwen. Gelukkig hebben de voorvechtsters van gewoon, gelijke behandeling, zoals dat in de grondwet staat, schuifelend en traag en tegen de stroom in al aan de poten onder menig mannenbolwerk gezaagd. In opleidingen, instituten, bedrijven; langzaam schuiven vrouwen bij de bepalers aan tafel aan. Van mij mag dus aan LHBTIQ eerder de V van Vrouw weer toegevoegd worden dan die A en P. Die kunnen wachten. Tot de V een beetje gelijk is aan de R van de Rest.
Françoise