Een leraar krijgt jaarlijks groepen jeugd voor z’n neus ‘waarmee hij het dan maar weer een jaartje moet doen’. In ’t willekeurige pluimvee, dat bij hem ’t hok wordt ingejaagd, zit een bonte verzameling vogelsoorten. De bulk zijn de leerlingen die zich gelaten van les naar les slepen en het lesprogramma over zich heen laten storten. Daartussenin zitten degenen, die boven het maaiveld uitsteken. In positieve zin, in negatieve zin. De etters, die geen gelegenheid voorbij laten gaan om des leraars kostbare cadeau van kennis en wetenschap te verzieken met een rotopmerking, een ‘geestige’ interruptie, een stompzinnige eruptie. Of juist de modepopjes van de soort ‘kijk mij nou eens mooi zijn’ die alleen vragen stellen omdat iedereen dan naar hen kijkt. Of de modelexemplaren die niet snel genoeg kunnen accentueren dat zij iets weten dat de rest niet weet, die terloops opmerken dat zij een 10 hadden en dat dat méér was dan de 9 van hun concurrent, die een negen óók geweldig vond. Als leraar krijg je dat elk jaar allemaal cadeau en elk jaar nieuwe. In de loop der jaren verandert de soort. Kon hij vroeger nog rekenen op ontzag of deemoedig ondergaan overwicht, omdat dat voorgeschreven was; het verschoof geleidelijk naar ‘laten we er eens over discussiëren’ tot uiteindelijk ‘vlieg op, mens’ en een opgestoken middelvinger. En alle varianten die daartussen zitten of te bedenken zijn. Leraren anderzijds, zijn er óók in alle soorten en maten. De verschillen toen ze zelf leerling waren blijven als ze leraar geworden zijn: Sommigen zitten er, omdat ze op die school gesolliciteerd hebben, aangenomen zijn en er hun salaris van krijgen. Ze hebben hun diploma en zijn bevoegd. Punt. Er zijn er die vroeger behoorden tot de leerlingen die tienen haalden en dus een schat aan wetenschap te bieden hebben. Die veel méér vertellen dan er in de examenstof staat en niet merken dat alleen die examenstof al genoeg was om de grootste helft van de klas kwijt te raken. Omdat ‘veel weten’ niet vanzelfsprekend betekent dat je dat ook kunt overbrengen op een stel pubers, die in jouw kostbare kennis niet hun hoogste prioriteit zien. Er zijn de Popie Jopies, de voormalige leerlingen van ‘kijk mij nou toch eens’, er zijn de etters, de pestkoppen van weleer, of de ongeïnteresseerden, die net als vroeger wachten op de bevrijdende zoemer. Maar gelukkig zijn er ook héél veel die leerlingen van toen, waarmee je bevriend wilde zijn, die je hielpen, waarmee je van alles ondernam. Mensen uit de klas die zich iets van je aantrokken, die met jou droomden dat je iets heel groots kon opzetten, een band oprichten. Die je lol lieten hebben in wat je deed, waar je veel van opstak. DIE. Die leraren gun ik de kinderen van nu. Inplaats van mijn leraar Frans, als kind waarschijnlijk pestkop, waardoor ik laatst voor het eerst in 77 jaar solo een Frans chanson durfde zingen. Omdat hij vroeger tegen mijn klas zei ‘En NOU gaan we lachen, Françoise, lees ‘n s’.
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...