Op 1 december kroop Lex Uiting in het programma RTL Boulevard diep door het stof. Hij had de dag ervoor tot tweemaal toe het woord ‘kopdoek’ gebruikt. Hij had daar meteen excuus voor aangeboden, maar daarna nog eens dat woord gebruikt. Nu kwam hij daar officieel en nadrukkelijk op terug en zei onder andere "Ik heb door deze slip of the tongue mensen beledigd of verdriet gedaan. Dit was totaal niet mijn bedoeling en ik wil op geen enkele manier bepaalde mensen, culturen of gebruiken buitensluiten of veroordelen. En daarom wil ik nogmaals hier mijn woorden terugnemen en sorry zeggen." Een terechte boetedoening. Te waarderen dat Lex zoveel moreel kompas heeft dat hij zijn fout publiekelijk wil herstellen. Maar ik bleef wel met iets van verwondering zitten. Onmiddellijk toen Lex de fout maakte en in de nasleep die er in alle media op volgde, werd er door iedereen schande gesproken. Met name ook door media die al decennialang de akelige gewoonte hebben om tuig dat iemand, die een opmerking tegen hun maakt, doodschopt, aan te duiden als ‘kopschoppers’. Let wel, dan praten ze niet over de hersenloze harses van het schoelje dat dat doet, nee, ze duiden met die ‘kop’ op het hoofd van het slachtoffer. Ik heb me daar altijd vreselijk over opgewonden. Als je het hebt over de kop van een paard word je door iedereen onmiddellijk bestraffend gecorrigeerd, bij slachtoffers van doodschoppartijen zwijgen we allemaal. In september 2009 deed één van onze volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer in zijn Algemene Beschouwingen een wetsvoorstel over de invoering van een ‘kopvoddentaks’. Dat zei ie in de Tweede Kamer, dus vindt hij dat ie dat mag. Vrijheid van meningsuiting. Hij had het niet over een kopdoek, hij wilde belasting heffen op het dragen van een kopvod. Niet alleen het lichaamsdeel werd gedegradeerd, met dat ‘vod’ werd heel denigrerend iets van een specifieke bevolkingsgroep bij het grof vuil gezet. Dat heette vrijheid van meningsuiting. Want, zei ie: dat ging over een áchterlijke bevolkingsgroep. Het sloeg op een verderfelijke religie, waarvan we geen enkel lid meer binnen moesten laten. En niet alleen zij, geen enkele buitenlander meer. Weg met dat zootje. Dat mocht ie, de blonde god uit Venlo. Daar is ie niet voor ter verantwoording geroepen. Daar is geen woord van teruggetrokken. HIJ mocht een heel volksdeel in een minderwaardige hoek duwen. Vrijheid van meningsuiting. Hij is de blonde god uit Venlo. Nou is dat blonde natuurlijk niet helemaal waar. Dat komt gewoon uit een potje. Die man hééft niet van dat blonde melkboerenhondenhaar. Die heeft eigenlijk een donkere kop. Dat vieze haar is nep. Maar z’n volksmennerij is echt. En levert stemmen op. Als wij daar iets van zeggen is ’t demoniseren. Wat HIJ zegt is vrijheid van meningsuiting, Geef mij dan maar die andere Uiting. Die komt ook uit Venlo, maar die heeft door dat je mensen kwetst wanneer je even niet goed nadenkt. Die Venlose god interesseert ’t niet of ie kwetst. Die doet of ie blond is.
Françoise