Vorige week vertelde ik dat ik een lang artikel van me gevonden had in de Tilburgse Courant van 1964. Een tirade tegen de commercie die zich toen pas voluit op de jongerenscene stortte. Ik zette de Beatles weg als een vluchtige modegril van een stel schreeuwlelijkerds, die geen noot konden lezen. De geschiedenis heeft bewezen dat de opkomst van de Beatles en de Popscene ietsje méér betekenden, dan ik veronderstelde. Mijn tirade sloot ik toen af met:
‘Je zult misschien op het ogenblik de jongere, die deze brief schreef, voor gek verklaren, maar denk er eens over na, probeer je eens te herinneren waarom jij de Beatles zo „mooi” vindt, dat je je slaapkamermuur er mee durft versieren? Is dat echt jouw smaak? Jongens, als wij echt zelfstandig willen zijn, iets dat wij zo dikwijls denken al te zijn, zouden we dan niet eerst eens beginnen een persoonlijke mening te vormen? Zouden wij dan niet eerst eens nuchter de dingen proberen te bekijken, in plaats van ons als hulpeloze onnozele kinderen met de massa mee te laten sleuren? Ik wil graag toegeven, dat de oudere generatie vaak te afwijzend, te conservatief staat tegenover onze tegenwoordige amusementsmuziek, dat ze te drastisch zijn met hun veroordelingen, maar kun je het ze kwalijk nemen, dat ze hoofdpijn krijgen van het gebrul van een onzer „toppers”, als zij ons idioot zien springen rond diezelfde luidspreker op de „maat” of liever gezegd „dreun” van ’n stel dure instrumenten, waaruit ’n stel nozems persé zoveel mogelijk lawaai willen sturen?’ En ik orakelde rustig door..: ‘Ik zou willen dat wij ons een beetje minder zouden laten beïnvloeden door het doortrapt reclamesysteem van onze „tienerindustrie”. Nogmaals moderne liedjes kunnen heel leuk zijn, maar eenzelfde plaat op vol volume 40 keer draaien grenst ergens, en wel heel dicht, aan het waanzinnige! Om maar niet te spreken van die waanzinnige piassen die miljoenen verdienen en niets presteren. Laten we alstublieft op een normale, gezonde manier genieten van onze favorieten, laten we eens lachen met de St. Bernards-hondenogen en het melk-boeren-honden-haar van onze Beatles. Maar heeft dat nog iets met kunst te maken? Is dat mooi? Moeten we dat slikken als modern? Ook in onze tijd bestaat er nog steeds een hemelsbreed verschil tussen kunstenaars en kunstenmakers. Als wij kunstenaars niet kunnen waarderen wil dat nog niet zeggen, dat een kunstenmaker het wordt. Als je me voor gek wilt verklaren, ga je gang, als je me wilt schrijven, ga ook je gang. Ik heb dit niet geschreven om alles te veroordelen wat moderne muziek heet. Evenmin om je te kwetsen, ik vroeg ‘t me alleen zo maar eens af...’.Kijk, dat klonk 60 jaar geleden toch al aardig als Mart Smeets. ‘Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen!’ Mensen de illusie geven dat je je nergens mee bemoeit en ’t dan doen. En, getuige dat artikel uit 1964, doe ik dat dus al zeker 60 jaar. En, net als bij Mart Smeets: ’t verandert niks. Al 60 jaar.