Je ontkomt er niet aan. Al weken. Al het gewens. ‘Fijne kerstdagen en/of feestdagen’. Dat ‘kerstdagen’ verdwijnt als ze écht voorbij zijn en dan sluipt ‘fijne jaarwisseling’ erbij, al dan niet gelardeerd met ‘alles wat wenselijk is’ en, hier in ’t zuiden, met ‘unne gooie roetsj’. Hoe dat ook uitgesproken of geschreven wordt. Dat verschilt; van ‘gooie’ naar ‘goowe’ naar ‘gauwe’ ‘gojje’, ‘goow’. Totdat ook die roetsj heeft plaats gevonden en we nog een tijd in dat ‘alles wat wenselijk is’ blijven hangen, al of niet vergezeld van de traditionele drie kussen, die zo vaak ongemakkelijk aanvoelen en waarvan ik blij was dat ze in coronatijd in de ban gingen. Gelukkig hoort mijn leeftijdsgroep tot de coronadoelgroep en dan helpt ’t als de gooie roetsj samenvalt met een opleving van dat vermaledijde virus. Dat vrijwaart je van de feestkussen. Anderen vinden de rem op dat gekus en fabrieksmatig handjes geven een zoveelste jammerlijk teloorgaan van hun ‘eeuwenoude traditie’. Dat waren de dagen dat ze eindelijk weer eens aangesproken werden op straat en op kantoor en dat mensen weer eens een beetje vriendelijk deden. Dachten ze. Terwijl ze van zichzelf zouden moeten weten dat ze de feestwensen en nieuwjaarsbegroetingen doorgaans zelf afdoen met een geautomatiseerd antwoord, dat ze als een soort liturgische formule afraffelen, zonder erbij na te denken, laat staan er een diepere bedoeling bij te hebben. Zoiets als ‘dominus vobiscum’ waarop het hele godsvolk volautomatisch ‘et cum spiritu tuo’ scandeert, zonder een seconde twijfel. Terwijl praktisch geen van hen Latijn spreekt en/of weet wat ie zegt. Dat zit erin gebakken, zelfs nu dat Latijn al jaren uit de liturgie is geschrapt en de meeste al jaren de kerk op afstand hebben gezet. De versjes en rituelen zitten er nog muurvast in. Ook als men zelf ’t idee heeft dat men ze al jaren geleden achter zich gelaten heeft. Ik test dat rond de feestdagen wel eens uit bij mijn wensen en zeg, helemaal gemeend, ‘gelukkig kerstfeest’. In ’t zuiden loop je gegarandeerd de kans dat ze je wat vreemd aankijken. Die ander zegt in de meeste gevallen ‘zalig kerstfeest’. Bij een afwijkend antwoord gaat er op z’n minst een wenkbrauw omhoog, omdat je buiten de traditie stapt. Soms zie je ze denken, ‘oh ja: die is atheïste’. Of protestant of zo. Terwijl je iemand gewoon geluk toewenst. En die ander jou, volledig volgens traditie, iets zaligs staat toe te wensen. Jongens, een bonbon is zalig en Annie kan zalig koken, maar om nou nieuwjaar het voorportaal van de eeuwige zaligheid te maken, gaat mij één voorportaal te ver. Ik hoor mensen in sommige streken hier ’t wel eens uitspreken als ‘ziëelige Neujjaor’. Dat is de juiste traditie vinden ze. Ze hebben ’t liever zielig als gelukkig. Per 1 januari 2024 vrees ik dat zij het gelijk traditioneel aan hun kant krijgen. De kans dat het eerder een zielig dan een gelukkig nieuwjaar wordt, is, afgaande op het voorgaande jaar, best groot. Iets waar we geen traditie van moeten maken.
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...