Vorige week nam ik jullie al mee naar paleis Soestdijk, waar mensen uit alle delen van het land en vanuit alle hoeken van de maatschappij en alle aspecten van het leven in Nederland voorwerpen aandragen omdat ze vinden, dat die een plaats verdienen in ‘Het Museum van Nederland’. Deskundigen uit verschillende culturele en andere sferen beoordelen of de meegebrachte spullen inderdáád een plekje mogen krijgen. Vorige keer vertelde ik al dat bijvoorbeeld André Rieu sneuvelde bij de selectie. Deze week was een andere André hetzelfde lot beschoren. Een mevrouw wilde twee entreekaartjes van het laatste concert van André H6 tentoonstellen. Omdat André de grootste zanger was die Nederland ooit gekend had, zei ze. De deskundige wist deskundig de vrouw bij te vallen omdat bijvoorbeeld de uitvaart van André zo uniek was geweest, maar ze mocht de entreekaartjes weer mee naar huis nemen. Maar deze en andere deskundigen verzamelden intussen een geweldig aantal voorwerpen, die vaak ook bij mij de erkenning onderstreepten dat iets werkelijk een memorabel deel van onze historie symboliseerde. Soms in de twijfelcategorie, maar vaak volmondig. Het Kampioenschap Tegenwindfietsen? Ik had mijn twijfels. De Chinees-Indische restaurantcultuur? Dat werd al beter. Het stroopwafelijzer, het draaiorgel: Nederland? Yes! Nederland. Maar even zo vrolijk de klapschaats of de fiets van Gerrie Kneteman, waarmee hij de Amstel Gold Race won. Heel andere fenomenen als De Witte Fiets. Voor mij staat die laatste fiets voor Provotijd, Kabouters, happenings bij ’t Lieverdje. Dat hoort in ’t Museum. Maar ook de kneuterige caravan, met z’n gehaakte gordijntjes, tegeltjes met spreukjes aan de wand en het vloermatje met ‘Welkom!’ in het deuropeningetje. Dolle m
Mina was, wat mij betreft, wat moeilijker in een voorwerp te vangen. HET beeld van Dolle m
Mina blijft voor mij die rij blote buiken op De Dam, waarop met lippenstift het ‘Baas in Eigen Buik’ vereeuwigd was, maar blote buiken hou je doorgaans geen zestig jaar goed. Er kwam een man het paleispark inlopen met een groot voorwerp. Ik zag het meteen: een achterbank van een Eend. Die wij vroeger gebruikten als meubilair op de camping. De Eend, waarmee de Nederlander die zich geen auto kon permitteren, tóch kon rijden. Alhoewel, geen auto? Hallo: een vijfdeurs limousine met open dak. De deskundige nam de achterbank niet mee, omdat de Eend een Franse auto was. Schandalig. Ik vond dat Het Museum van Nederland niet compleet zou zijn zonder die bank. Een koppel kwam de ruimte van één van de deskundigen binnen en legde een rugzak op tafel. Een huis-tuin-en-keuken rugzak. Ik snapte niet goed wat DIE dan wél met Nederland te maken had. Het bleek de rugzak van de dochter van het stel te zijn. De rugzak die ze bij zich had toen ze met haar vriend en kind de MH-17 in stapte. Die rugzak met spulletjes voor de vakantie en nu alles wat er over was. De geschiedenis van Nederland. In een rugzak. Alleen dáárvoor al moet je naar het Museum van Nederland. Vergeet die bank maar.
Françoise