Het Museum van Nederland is een programma op de nationale televisie, dat, - ik zou bijna zeggen uiteraard -, door omroep Max wordt uitgezonden. Ik denk dat slechts ouwe taarten als ondergetekende en tijdgenoten echt ten volle de diepgang van dit programmaconcept kunnen onderkennen en genieten. Het begint al met de plek waarvandaan de uitzendingen komen. Soestdijk. Het paleis van Juliana en Bernhard: een hoofdgebouw en twee enorme uitwaaierende vleugels. In de ene vleugel verzamelde Bernhard vroeger zijn opgezette, beschermde en sedertdien rap uitstervende dieren. Z’n andere reistrofeeën verzamelde ie elders. In de andere vleugel huisde Juliana. De vleugel van Mammie, zoals Bernhard haar steevast noemde. In die vleugel woonden ook de meest bekende kinderen van Bernhard. Alleen het gebouw al heeft museale waarde als het om ‘het gevoel van Nederland’ gaat. Onze, enigszins rijpere, generatie ziet op ’t bordes bijvoorbeeld nog steeds de hele Oranjeclan staan wuiven op Koninginnedag als de rest van Nederland er langs defileerde met twee meter lange, zelfgebakken Friesche Kruidkoek, een Limburgsche Keersjevlaai van twee meter doorsnee en een Hollandsche Molen van afgebrande lucifertjes van twee meter hoog op een kinderwagen. Fanfares uit Drenthe, dansgroepen uit de Antillen, en ’t Maagdenkoor van Den Bosch. Met Palmtak. Tussendoor hele stoeten particuliere brave burgers, samengestroomd uit ’t hele land. ’t Hele zootje, als ’t ff kon, in klederdracht. En maar zingen en zwaaien met vlaggetjes en ’t gemeentewapen van Ouderkerk aan de Amstel of zo. WIJ zien dat urenlange defilé, als ze ons nu beelden van dat grote witte gebouw tonen. Generaties na ons denken hoogstens ‘Gosj, je zult daar moeten stofzuigen!’. Die denken ook niet aan de ouwe Bernhard, als ze in ’t enorme park die bronzen olifanten zien staan, waarvan ZIJ vroeger alleen hoorden dat zo’n beest met z’n grote snuit ’t verhaaltje uitblies. Die weten niet dat Bernhard er persoonlijk voor zorgde dat die grote slurven met hun laatste adem hun EIGEN verhaaltje uitbliezen en Bernhard dan op jacht ging om met zijn eigen slurfje hier of daar weer nieuw leven in te blazen. DAT zijn voor MIJ beelden van het échte Museum van Nederland. Dat zijn de relieken van een lang vervlogen tijd. Nu buigen daar, onder de bezielende leiding van Dione de Graaff en Diederik Ebbinge, experts zich over de meest uiteenlopende fenomenen van wat collega-Nederlanders aandragen als toonaangevende voorbeelden uit de Schatkamer van de Nederlandse Identiteit. En die experts zijn streng maar rechtvaardig. Terwijl ik bij de meeste aangedragen items een enthousiaste reactie heb van ‘oh ja, dát ook’ gooien zij er onverbiddelijk onderwerpen uit. Met de Raffia-gevlochten pannenonderzetters hebben me ze snel aan hun zijde, terwijl we precies diezelfde krengen vroeger wél in huis hadden De Singer naaimachine hadden wij óók, maar typisch Nederlands? Een koppel, dat een opgevouwen levensgrote André Rieux meebracht en hem trots uitvouwde als HET muzikale exportartikel van Nederland, kon de violist ook weer vrij snel onverrichter zake terugvouwen en meenemen . Maar er bleef gelukkig nog voldoende over …
Françoise
(wordt vervolgd)