Bij menige quiz op televisie valt me vaak op dat kandidaten bij heel simpele vragen afhaken. Bijvoorbeeld bij de quiz ‘Weet ik veel’, waar ook studenten op de tribune deelnemen aan het spel. Die studenten spelen tegelijk met drie BN-ers en die weten vaak, net als ik, de antwoorden wel, terwijl de dames en heren studenten het laten afweten. Vanavond vroegen ze bijvoorbeeld ‘Welke van de volgende vier namen heeft te maken met een beer?’ De keuze was ‘Bolke’, ‘Olivier B. Bommel’, ‘Paddington’ en ‘Pippeloentje’. Ik riep onmiddellijk ‘Alle vier!’ en van de drie BN-ers had er één het ook goed en de andere twee kozen voor drie beren. De studenten kwamen in de meeste gevallen niet verder dan één beer. Dat lijkt te wijzen op een bedenkelijk peil binnen het onderwijs, maar de verklaring is veel simpeler: vaak gaan die vragen over tijdperken, die ik wél en de jongeren niet meegemaakt hebben. In hun leven hebben die beren dus geen rol gespeeld; dat gaat niet over mijn slimheid, of hun domheid. Zo’n quiz maakt duidelijk dat de generatiekloof razendsnel doorwerkt. Dat had ik óók kunnen inzien als ik wat eerlijker vaststelde dat er ook series vragen over de tegenwoordige tijd passeren, waar ík niks van bak en die studenten alle details moeiteloos over uit hun mouw schudden. In die richting blijkt die generatiekloof vaak veel groter dan omgekeerd. Er gapen voor mijn gevoel vaak gaten formaatje Grand Canyon tussen latere generaties en de mijne als het gaat om hedendaagse zaken. Dat ervaar ik al als iets jongeren me achteloos mededelen ‘ik stuur je wel even een tikkie’ en ik als de donder dan allerlei andere betalingsmethoden ga verzinnen, omdat ik het vertik om toe te geven dat ik nog nooit een tikkie gestuurd heb. Nog erger wordt ’t als je in Pandemietijd een corona QR-code nodig hebt en je kleinkind je dan vriendelijk zegt, ‘Gaef mich maar ff, oma’ en zo’n opdondertje frummelt wat met die kleine vingertjes over het schermpje van jouw toestel en even later geeft ze ’t ding aan je terug met de mededeling ‘Je moet op dat blauwe vierkantje tikken, oma, probeer maar ’n s’. Dat doe je en dan komt er zo’n gek vierkant in beeld met allerlei hokjes en vierkantjes. ‘En nu?’ vraag je dan. ‘Nu niks. Dat IS de code, oma. DAT scannen ze dan en dan mag je binnen’. Ik knik en doe of ik ’t snap. Op dat soort momenten besef ik hoe snel je Neanderthaler wordt in computerland. Anderzijds: ik was deze week bij de start van Auw Wieverdaag in Gulpen. Tussen die gekke wijven liep een hele groep kleuters, die vol verbazing keken naar al die gekke verklede volwassenen. En ik besefte dat die kindertjes eigenlijk nog nauwelijks konden weten wat carnaval was, gewoon vanwege die twee onnozele jaartjes dat het gekkenfeest niet doorging. Gelukkig is de kloof richting carnaval voor DIE kindertjes nu weer gedempt. Hebben ze tenminste toch nog iets heel belangrijks van auw wiever opgestoken.
Françoise