Ik wilde nooit worden als de oudere generatie uit onze jeugd, nooit gaan jeremiëren over ‘Als ze naar ONS geluisterd hadden, had de wereld er nu een stuk beter uit gezien’. Ik wilde nooit zo’n beter wetende trut worden die de wereldproblemen van nu al vijftig jaar geleden voorzag en ervoor waarschuwde, maar waar nooit naar geluisterd werd. Feit blijft: 50 jaar geleden verkondigde ik luidkeels dat de wereld naar de knoppen ging als we bezig bleven zoals we toen bezig waren en dat maakte me al snel tot een onuitstaanbaar mens. Een soort milieu-apostel, die op de hoek van de straat het einde der tijden stond te prediken. Mijn sombere kijk op de wereld haalde ik 50 jaar geleden uit het boek ‘Grenzen aan de Groei’, het Rapport van de Club van Rome. Dat was een club van knappe koppen uit wetenschap en industrie, die computers hadden laten doorrekenen wat er zou gebeuren als we ons gedrag van 1972 zouden doorzetten richting toekomst. Er was, concludeerden hun computer-doorrekeningen, een fatale grens aan de hoofdmotor van de geïndustrialiseerde wereld en de daarin gebakken economie: de behoefte aan voortdurende groei. Die berekeningen lieten ze los op de groei van de bevolking, het uitputten van grondstoffen, de toenemende vervuiling van het milieu en de energieverspilling. Al die berekeningen op al die gebieden gaven aan dat ze stuk voor stuk, binnen dertig tot vijftig jaar zouden leiden tot catastrofale gevolgen. Maar 1972 was niet anders dan onze recente geschiedenis rond de klimaatverandering, het komt natuurlijk hoogst ongelukkig uit als mensen beginnen te rammelen aan de wankele tafel waarop het kaartenhuis van je economie gebouwd is. Onheilsprofeten worden deskundig als lastig terzijde geschoven of belachelijk gemaakt. Er worden haastig wetenschappers en geleerden in stelling gebracht, die het tegendeel beweren of aangeven dat er voor de problemen, al lang oplossingen bestaan, of er aan staan te komen. Het Rapport van de Club van Rome verdween in een la, hun voorspellingen onder het vloerkleed en we leefden weer decennia feestend door. Al Gore haalde met zijn boek en de film ‘An Inconvenient Truth’ in 2007 het probleem weer boven water. Het leidde toen wél tot een breed gedeeld besef dat ons gedrag met name in de richting van klimaatverandering catastrofale gevolgen zou hebben. Er volgden wereldwijde milieuafspraken en klimaatdoelen. Maar de maatregelen bleven slechts moeizaam in afspraken te gieten, die allemaal op te kleine schaal en te lange termijn zijn om het tij nog te keren. En nog steeds lopen er overal hordes Thierry Baudetjes rond, die zeker weten dat de problemen helemaal niet bestaan of maatregelen zinloos zijn. Intussen overstroomt de wereld op het journaal, de andere helft verdroogt en verbrandt, orkanen teisteren hele werelddelen, net als in de film van Al Gore, maar dan écht, een groot deel van de flora en fauna is verdwenen of verdwijnt, voedseltekorten lopen op, miljoenen mensen raken op drift. Ik kijk naar het journaal en hou m’n lippen stijf op elkaar. Maar als ze naar óns geluisterd hadden….