Vrouwendag is weer voorbij. 8 Maart: die éne dag, waarop we onder de aandacht brengen, wat de andere 364 dagen vergeten wordt. Het vreemde aan die dag vind ik dat bijna iedereen de doelstellingen van harte onderschrijft en niet meer dan logisch vindt of, nog sterker, vindt dat je wel achterlijk moet zijn, om het er niet mee eens te zijn. Dat begint al bij een van de fundamenteelste onderleggers onder die doelstellingen: ‘mensen zijn gelijkwaardig’. Iedereen knikt ijverig, vrouwen zowel als mannen. Terwijl ze allebei weten dat het niet waar is. Ze weten dat overal in de wereld de achterstand in gelijkwaardigheid van vrouwen, slechts mondjesmaat en tergend langzaam wordt ingelopen. Vrouwen die aan de echte knoppen zitten en daarmee de gemeenschap sturen en besturen zijn zwaar in de minderheid, zo niet zeldzaam. Alle mannen die ijverig knikken bij dat ‘iedereen is gelijkwaardig’ komen niet in opstand als ze met een dikker salaris naar huis gaan als de vrouwelijke collega’s, die hetzelfde werk doen. Ze komen niet massaal in opstand als duidelijk is dat huiselijk geweld in 99,99 procent van de gevallen gericht is op de vrouw en voortdurend en overal voorkomt. De meeste malen speelt het zich af achter gesloten deuren en hoeven ze zich er ‘dus’ niet mee bezig te houden. Ook niet met het feit dat mannen de daders zijn. Ze roepen hoogstens ‘Walgelijk!’ als zo’n vrouw aan het einde van haar hel doodgestoken in het halletje ligt. Voor de rest valt het wel mee, vinden kennelijk die mannen en, vreemd genoeg, ook die vrouwen, want eeuw na eeuw schikken mensen zich blijkbaar in ongelijkwaardige rollen, vrouwen en mannen. Discriminatie, het niet gelijkwaardig behandelen van mensen, wordt in onze grondwet verboden omdat discriminatie het eerste grondrecht schendt. Vreemd als we ons aan dat grondrecht vervolgens heel nadrukkelijk niet houden. Veel van die grondrechten worden door religieuze waarden en tradities ingevuld en, soms subtiel, soms schaamteloos, zoniet misdadig onderuit gehaald. En het werd en wordt eeuwenlang gepikt. We belijden gelijkwaardigheid, maar praktiseren het tegendeel. Dat begint al met de omstandigheid dat ook in die moraalinstituten zelf de vrouw in leiding en bepaling niets wezenlijks in te brengen heeft. Doorgaans op grond van hun heilige boeken. Er is bij ons een scheiding tussen kerk en staat afgesproken, maar je moet je in veel gevallen afvragen of je dan ook niet beter de Grondwet tot het heiligste boek moet benoemen en daarnaar handelen in plaats van de bijbel. Maar als in 2024 paus Franciscus, en dat is beslist niet de conservatiefste, over homoseksualiteit schrijft dat het geen misdaad maar een zonde is, hoeft uit die hoek een gelijkwaardige behandeling van vrouwen ook niet op korte termijn verwacht te worden. Over verreweg de grootste helft van de wereldbevolking zeggen we al eeuwen lang ‘Ze heten wel gelijk, maar ze zijn het niet’. We moeten in 2024 alle dagen behalve 8 maart Wereldvrouwendag noemen. Dan maken we van 8 maart Wereldmannendag. Om te vieren dat ze in 2024 eindelijk gelijkwaardig werden.