Ik ben een gek mens. Ga nu niet meteen allemaal schrijven, dat je ’t met me eens bent; dat ik ’t zelf vind, is genoeg. Ben in dat geval gewoon blij dat ik je gelijk gegeven hebt; dat gebeurt immers niet vaak. Ik ben een gek mens. Nu ben ik dat op veel gebieden, al weet ik soms niet of ’t wel gék is. ‘Gek zijn’ veronderstelt ‘afwijken van ’t normale’ en daar begint ’t gedonder al. Ik weet vaak niet of ik wel afwijk. Misschien zijn hele legers wel net zo gek als ik. Misschien hebben we zelfs wel bijna allemáál hetzelfde geks. En dan is het niet gek meer. Bijvoorbeeld dat ik een hypochondrische inslag heb. Denken dat je een ziekte hebt. Waarschijnlijk hebben méér mensen dat vaker in méér of mindere mate, dus zo gek hoeft dat niet te zijn. Maar bij mij grenst mijn hypochonder zijn aan een voorstadium van wat een wetenschapper waarschijnlijk zou omschrijven als een enge vorm van geestelijke suggestieve zelfdestructie. Of zoiets. Iets ernstigs dus. Zie je wel? Ik heb iets ernstigs. Wat zeg ik? Ik héb iets? Ik krijg steeds méér! Er kan op TV geen enge ziekte op de beeldbuis behandeld worden of bij ’t zien van de beelden voel ik op zelfde plekken alle verschijnselen, die de dokter aan de kijkers staat uit te leggen. Als de behandelend medicus daar dan bij vertelt dat de ziekte in ’t laatste stadium nog veel enger symptomen laat zien, nemen bij mij nog tijdens de uitzending de klachten toe. Als de deskundige uitlegt dat na dat laatste stadium meestal de dood erop volgt, zit ik me af te vragen of ik wel moet gaan slapen. Wie weet, is ’t mijn laatste nacht wel. Tot nog toe blijkt dat bij ’t wakker worden ’s morgens niet ’t geval te zijn, maar bij de volgende educatieve medische uitzending start mijn lijden opnieuw. Als mensen verhalen vertellen over ziektes bij henzelf of in hun omgeving doorloopt dat bij mij ’t zelfde patroon. Vóórdat die mensen goed en wel zijn uitgepraat, heb ik ’t ook. In die zin is dit verrekdese coronajaar dubbel sneu voor me. ’t Hele jaar door vertellen mensen op TV en radio, in kranten en aan de kassa dat er een sluipmoordenaar in mijn omgeving zit. Normaal behoort zo’n verhaal dan tot effect te hebben, dat je je fijn aan de regels houdt en zorgt dat je niet besmet raakt, bij mij is net de deurklink die IK vastpak de foute, het oortje van ’t koffiekopje, dat IK krijg aangereikt, is voorzien van dodelijk virus. Ik ‘behoor niet tot een risicogroep’, nee, ik ‘ben bezig aan mijn laatste dagen’. Hoofdpijn, reukverlies, spierpijn, dodelijk vermoeid. Zijn DAT de symptomen? ZIE je wel?! Vorige week liep ik een stevige kou op, grieperige verschijnselen. Dus liet ik me testen. Negatieve uitslag. Hoera. Hoera? Zo’n test zegt niks. Na de test kun je ’t bij de Plus zó oplopen. Zie je? Ik ben een gek mens.
Françoise