In periodiek 33 staat een uitgebreid artikel over de ontwikkelingen rondom het aardgas in Nederland en in Gulpen. Het artikel kreeg de titel de titel “Gas komt, gas gaat” en is geschreven door Fons Meijs.
Wilt u het hele artikel lezen; abonneer u op onze periodieken; voor € 7,00 (excl. eventuele verzendkosten) ontvangt u deze 2 x per jaar. Aanmelding kan via heemkundevereniging @galopia.nl
Het artikel schetst de geschiedenis van gasvoorziening in Nederland, met een focus op Zuid-Limburg en met name de gemeente Gulpen. In het begin werd gas geproduceerd door steenkool te verhitten zonder zuurstof, wat een giftig mengsel opleverde. Jan Pieter Minckeleers experimenteerde hier al in 1785 mee voor verlichting. Grote steden hadden al vroeg gasfabrieken, maar op het platteland, zoals in Gulpen, kwam de gasvoorziening pas later op gang.
Met de komst van de steenkoolmijnen in Zuid-Limburg ontstond bijproducten als cokesgas, wat de Staatsmijnen aanbood aan omliggende gemeenten. Tijdens een vergadering in 1921 in Maastricht werd met gemeenten, waaronder Gulpen (vertegenwoordigd door burgemeester Prick), gesproken over gezamenlijke gasdistributie. Hoewel Vaals eerder zelfstandig een gasfabriek had, koos Gulpen ervoor om niet met Vaals samen te werken, wellicht vanwege twijfels over de levensvatbaarheid van die fabriek.
Pas in 1933 werd het gasdistributiebedrijf Limagas opgericht. Gulpen werd aandeelhouder en financier en burgemeester Prick werd commissaris. De aanleg van leidingen was zwaar werk en ging traag, mede door technische beperkingen en de economische crisis. Volgens een detailkaart liep de leiding vanuit Wittem naar Gulpen.
Om het gebruik te stimuleren, werden voorlichtingsfilms vertoond in Gulpense bioscopen. Beginjaren gebruikten mensen gas vooral voor koken en verwarming, vaak met gevaarlijke apparaten zoals geisers zonder afvoer.
Na de ontdekking van het Groningse aardgasveld in 1959 werd in 1965-1968 het hele Limagas-netwerk, inclusief Gulpen, omgeschakeld van cokesgas naar aardgas. Dit vergde een grote technische operatie waarbij ook de gemeente Gulpen akkoord moest geven.
Toch was gas in Gulpen lang niet overal beschikbaar. In 1981 bleek uit archieven dat o.a. Reijmerstok, een kerkdorp van Gulpen, nog geen gasaansluiting had. Hier lagen gebouwen ver uit elkaar, waardoor aanleg duur was. Reijmerstok kreeg pas in 1981/1982 gas. Andere buurtschappen zoals Euverem, Pesaken, Ingber, Krapoel en Terlinden werden in eerste instantie niet meegenomen. Inwoners daar gebruikten vaak flessengas, hout of kolen. In Ingber bijvoorbeeld duurde het tot ver in de jaren ’80 voor aardgas kwam. In Euverem werd nog in de jaren ’70 gekookt op flessengas en gestookt met kolen en hout.
Zelfs in Gulpen zelf was gas geen vanzelfsprekendheid: bij de ontwikkeling van Gulpen-West werd een woning aanvankelijk buiten de plannen voor gasleiding gelaten.
De toekomst van gas is onzeker: de vraag is of het wordt vervangen door waterstof, wat opnieuw grote aanpassingen zou vereisen.