‘Leven als god in Frankrijk’, is een uitdrukking, die ik mezelf niet hoef uit te leggen. Die zegswijze heeft, meteen als ik ‘m uitspreek, al allerlei inhoud: ik zie er mensen bij die een luizenleventje leiden, die van lekker eten houden, jeu de boulen, wijn drinken, hun middagslaapje doen, Fransen dus. Nederland heeft, nota bene in ’t Frans, een nationale wapenspreuk ‘Je Maintiendrai’; ‘Ik zal handhaven’. Gisteren werd ik daar weer aan herinnerd, toen er een envelop van de Centraal Justitieel Incassobureau
op de deurmat viel. 5 Kilometer te hard gereden. Vorige week. Ik zal handhaven. Nu. Da’s andere koek dan die Fransen. Alhoewel ook aan die kordate wapenspreuk van óns wel wat te relativeren is. De meeste mensen kennen om te beginnen onze eigen wapenspreuk niet eens en van degenen die ‘m wél kennen, weet een groot deel niet wat de vertaling is. Van degenen die die vertaling wél kennen, vinden de meesten vervolgens juist dat ie niet klopt, omdat ze misdadigers fluitend met een smartengeld voor hun detentie naar buiten zien lopen omdat hun advocaat weet dat er meer gaatjes in de wet zijn dan wetten. Wie leest, dat uitgeprocedeerde asielzoekers het land niet zijn uit te zetten en dat het jarenlang bij god onmogelijk is dat moeders, die door erkende grove overheidsblunders berooid zijn, niet onmiddellijk geholpen en schadeloos gesteld kunnen worden, krijgt soms toch grote vraagtekens bij dat ‘Je Maintiendrai’. Vaak is de spreuk zelf het enige dat we handhaven. Dat komt door dat ‘drai’; dat maakt het in ’t Frans ‘toekomende tijd’. Dat handhaven gebeurt niet nu, maar straks. Het is dus terecht dat de Nederlandse wapenspreuk Frans is. Wat de wapenspreuk van Frankrijk is, is even zoeken. Als ik ’t koppel aan dat ‘Leven als god in Frankrijk’ zou het iets kunnen zijn als ‘Laissez Fair’, vrij vertaald ‘Laat de boel maar waaien’. Of ‘Après nous le Deluge’ , ‘Dat zien we Morgen dan wel Weer’. Maar nee hoor, ’t is ‘Liberté, Egalité, Fraternité’, ‘Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap’. Ik weet niet of jullie de laatste tijd nog veel televisie kijken, maar als je Frankrijk op ’t journaal voorbij ziet komen, lijkt er in ieder geval van die Fraternité niet zo bijster veel terecht te komen: het is elke avond knokken op de Champs Élysées. En dat ‘Egalité’ moet je vertalen met ‘egaliseren’, te oordelen naar de deskundigheid waarmee de boel kort en klein geslagen wordt. Dat ‘god in Frankrijk’ verliest dan toch wat van zijn intuïtieve, gemoedelijke vulling. God in Frankrijk blijkt bij ’t minste of geringste van de Franse slag. Met de nadruk op slag. Franssen práten niet alleen met handen en voeten, ze meppen en trappen er ook mee. Omdat ze pensioen met 62 al veel te laat vinden. Bij hun zit de Franse Revolutie nog in ’t bloed. En ’t bloed vervolgens weer op de Champs Élysées. Omdat Macron wél handhaaft. En niet in de toekomende tijd. En hém verwijten die Fransen dan weer, dat ie zich gedraagt als god in Frankrijk.