De fotodoos van mijn broer bewees dat de familie van moeders zijde niet onbemiddeld was. De sfeer waarin mijn vader was opgegroeid kende ik een beetje beter omdat de grote boerderij waarin hij geboren was, voor mij vroeger een geliefd vakantieoord was. Naar mijn idee was opa een soort Heereboer geweest. Toch maakte als kind die kant van de familie op mij niet de indruk dat daar het geld tegen de muren op klotste. Ik herinner me nog een oude WC tussen woonhuis en koeienstal. Dat was een houten kist met in het midden een gat gezaagd. De stinkende inhoud in een diep gat eronder werd afgedekt met een solide houten deksel met een groot handvat. Daarnaast lagen de stroken kranten als voorloper van de rollen Edet toiletpapier van heden. Eromheen hingen de stroperige draaistroken vliegenvangers vol spartelende vliegjes. Tot zover de sanitaire voorzieningen van de Heereboer. Voor de rest was er het beeld dat er keihard gewerkt werd op het land en in de stallen. Bij de familiefoto’s van DIE kant viel uitdrukkelijk wél een religieus accent op: de witte boordjes van twee heerooms en de nonnenkap van een ‘tante-zuster’. Als je het over rijkdom hebt, vermoed je dus vooral geestelijke rijkdom uit die plaatjes, maar ik weet dat één van die heerooms een hele dikke Mercedes reed, die hij regelmatig ververste. Hij had dure camera’s en als eerste in de familie bandrecorders, die hij meenam als hij bij ons op bezoek kwam en dan hoorden wij het wonder van onze eigen stemmen via een soort radio. Voor ons had juist heeroom binnen die club de status van chique. Die gaf ook rondjes champagne bij familiefeesten, of nam heel gul familieleden mee op reisjes langs de Rein en Moezel. Ik wist dat hij iets heel hoogs was in het leger en monseigneur was, maar het precieze wist ik er niet van. Nu ontdekte ik tussen alle foto’s in de doos ook een grote koker, waarin, opgerold, een groot aantal papieren zat, die over die heeroom gingen en ’t nodige van zijn status bloot legden. De papieren begonnen bijna allemaal met ‘Wij Juliana, Koningin Der Nederlanden’. Of ‘De Minister van Oorlog’, of ‘Zijne Heiligheid De Paus. De koningin was niet zijn correspondentievriendin maar al die papieren waren bewijzen van onderscheidingen en benoemingen. Hij was uiteraard van alles in de Orde van Oranje Nassau, maar werd ook benoemd in de zeldzame Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij was ‘Geheim Kamerheer van de Paus’. Een kerkelijke titel die ik altijd raar gevonden heb. Het was een geheime functie, maar je vertelde iedereen dat je het was. Hij had in de Meidagen 40 de hel van Rotterdam meegemaakt en kreeg voor bewezen dapperheid daarbij het ‘Bronzen Kruis’. Als ‘Hoofdaalmoezenier’ had hij het in het leger geschopt tot Kolonel. Van Stratego weet ik dat dat een verrekte hoge functie is. Kortom: mijn broers doos bewees, dat er ook van vaders zijde status te melden was. Maar over DIE status vertellen de foto’s méér.
Françoise
(wordt vervolgd)