Vorige week vertelde ik dat ik van een schoonzus een doos vol familiefoto’s en andere belangwekkende zaken uit de familie gekregen had. Ik verwonderde me dat mijn opa koster was en toch hele dure fotoreportages kon laten maken. Ik las het verhaal voor aan mijn oudere zus in Den Bosch en zij gaf de oplossing: opa was, naast koster, ook kruidenier. Beter gezegd hij had een winkel in comestibles in Arnhem, dat klinkt chiquer en verklaart die dure foto’s. Nooit geweten. Dat onderstreept de voorsprong in kennis van de ouderen in ons gezin. Alhoewel dat bij die Bossche zus relatief is. Die leidde op zusjesdag in Arhem ons ooit naar de Eusebiuskerk in Arnhem omdat opa daar koster was geweest en ik stelde vast dat de Eusebius de grootste protestante kerk van Arnhem was. Tot zover die voorsprong. Maar de foto’s uit de doos van mijn broer waren boeiend. Op één foto stond het geboortegezin van mijn moeder in een lange dalende rij. Een geweldig gezicht. Weliswaar stonden er maar 8 kindertjes in ’t rijtje, terwijl het er 10 geweest waren, maar de oplossing daarbij werd geleverd in de volgende foto waarop met een geweldige fiets met groot rieten kinderzijspan de laatste twee tantes door m’n oudste oom de wereld in gefietst werden. Alleen al die enorme fietsdriewieler, als voorloper van de huidige elektrisch aangedreven kinderbakfietsen, maakte het spitten in die ouwe bullen de moeite waard. Maar als je aandachtig keek viel veel méér op. Mijn moeder was de derde van het gezin maar stond op de foto op plaats 2. Vóór haar stond een ome met een wat bozige blik. Die was de eigenlijke nummer twee, maar de fotograaf had ‘m vanwege zijn lengte kennelijk gedegradeerd. Hij giftig maar mocht nog van geluk spreken want het scheelde niks of z’n nóg jongere broertje had op plaats 3 gemoeten. Die oom heeft veel later boos de contacten met het gezin van mijn moeder verbroken. Wie weet is bij die foto al de kiem gelegd. De oudste broer, die zo statig rechtop zijn zusjes de wereld in fietste heb ik later nauwelijks gezien. Maar dat statige heeft hij gehouden. Die woonde ook heel chique. Als je daar op bezoek mocht kirde zijn vrouw in de gang ‘Ontdóé je’. En dan bedoelde ze dat je je jas op de kapstok kon hangen. Voor de rest was er aan het bezoek niks chiques te beleven. Je kreeg thee met één café noirtje. Door wat langer aan het glazuur te likken hield je het saaie bezoek uit. Tussen de foto’s zat ook het trouwboekje van die opa en oma. Ik kwam erachter dat ik niet één maar twéé ome Stefs had gehad. De eerste was na een maand dood gegaan en een volgende verving hem. Als je er over nadenkt best wrang. Verder bewees het boekje dat de ambtenaar burgerlijke stand het in Arnhem naar z’n zin had, alle 11 kinderen waren door dezelfde ambtenaar ingeschreven. Over pappa’s familie vertel ik volgende keer.
Françoise
(wordt vervolgd)