Vorige week gaf een schoonzus me een doos met oude spullen mee. Ze was haar huis ‘aan het opschonen’ en had oude spulletjes verzameld, die mijn broer als ‘familie memorabilia’ verzameld en bewaard had, die mij, dacht zij, méér zouden zeggen dan haar. Nou ben ik zelf niet zó’n kenner van onze oude familiegeschiedenis; ik was thuis de jongste en kreeg het meeste van de generatie boven mij mee uit verhalen. Verhalen over omes en tantes, die ik slechts een enkele keer gezien had op een groot feest of een druk bezochte begrafenis, waar ik gekust werd door allerlei vreemde figuren, die vonden dat ik precies het snuutje van Riet had, of sprekend de ogen van Gerrit. DIE twee kende ik. Dat waren mijn vader en moeder, maar dat gaf die vreemde lui niet ’t recht om mij te knuffelen en natte, kirrende zoenen te geven. Mijn opa’s en oma’s heb ik nooit in levende lijve gezien, wel op foto’s op de schoorsteenmantel. Eén opa keek mij dagelijks van boven de kachel boos aan vanonder zijn borstelige wenkbrauwen, de rest keek wat neutraler de wereld in in hun zilveren fotolijstjes. Eén oma heeft mij ooit nog wél gezien, getuige een foto waarop zij zit met mij op schoot. Althans iemand zei me dat ik het kind op schoot bij die oude mevrouw was. Kortom: mijn kennis van de familie heeft heel wat zwarte gaten. Er werd door mijn ouders overigens ook niet veel over die familie verteld in de tijd dat ik wél tot de jaren des onderscheids was gekomen. Mijn ouders waren niet scheutig met anekdotes en weetjes uit de familiegeschiedenis. Mijn ene opa was boer geweest, dat wist ik wel en de andere koster, maar daar hield het wel zo’n beetje mee op. En nu staarden die me aan vanuit de doos van mijn broer, omgeven door hun gezinnen. En dat laatste wil wat zeggen. Ik mag dan wel niks weten over mijn opa’s, maar de doos zat vol bewijzen dat ze seksueel actief waren geweest. Me dunkt toch een intiem detail. Met elk deel dat ik uit de doos pakte sloop bij mij een vreemd gevoel van sensatie naar binnen: via die voorwerpen, brieven, foto’s ontvouwde zich een wereld, die een stukje de bron bloot legde waaruit ik ooit was opgeborreld. Van vaders zijde waren de aantallen foto’s wat schaarser, die hadden geen tijd voor foto’s, die moesten hooien of melken. De familie van mijn moeder ging vaker op statieportret bij een heuse fotograaf. Eentje die goed kon fotograferen, want die beelden waren stuk voor stuk én heel leuk qua beeld én haarscherp. Dat moest een dure fotograaf geweest zijn, dat zag je ook al aan de manier waarop hij zijn kunstwerken in gepreste passepartouts aanleverde met zijn naam in sierletters achterop. Hoe opa die fotosessies kon betalen weet ik niet, maar vast stond dat koster zijn toentertijd beter betaalde dan tegenwoordig. Mijn interesse was gewekt en ik ging op zwerftocht door mijn verleden.
Françoise
(wordt vervolgd)