De jaarwisseling is het moment van balans opmaken. Daar zijn we goed in. Rijtjes maken, de gebeurtenissen van het jaar, de meevallers de tegenvallers, de foto van het jaar, de vrouw, de man, de sporter. Wat gebeurde er welke maand, wie zei wat. En wie zei er niets meer. Omdat ie dood ging. Waarvan je je sommigen niet eens meer herinnerde totdat je hun foto in het jaaroverzicht van dooien zag. Meestal pas na een paar keer kijken omdat het oude hoofd in beeld een craqueléversie is van dat van de tijd dat zij of hij vol in de belangstelling stond. Alsof jouw eigen beeld in de spiegel zoveel beter is. Het traditionele liedje ‘Weet je nog wel oudje’ verpakt in jaaroverzichten. Soms worden er dingen in vernoemd waarvan je het idee had, dat ze jáááren terug al hadden plaatsgevonden. Er worden quizzen over het voorbije jaar gehouden door en met BN’ers, waar ik steeds minder van bak. Te beginnen met die BN’ers zelf; ik weet niet of ze zingen, sporten, acteren of gewoon maar de dochter van die maffe Meiland zijn. De meeste zijn miljonair omdat ze hun halve leven al in Meerdijk wonen. In wat? In Meerdijk; de bordkartonnen coulissenstad van Goede Tijden, Slechte Tijden. Of ze Bloggen, Vloggen of oggen iets waar ik nog nooit van gehoord heb. Als je ’s morgens iets op je gezicht knaait omdat je denkt dat je er mooier van gaat uitzien, heet dat normaliter dat je je voor veel geld iets in een potje in de hand hebt laten duwen dat alleen aan de kassa veel waard blijkt te zijn. Als je je gezicht op internet plamuurt vanuit datzelfde potje, kijken er opeens miljoenen volgers met je mee, heet je influencer en heb je een derde huis in Dubai met eigen zwembad binnen en buiten. En mag je dus als BN’er meedoen in zo’n jaaroverzichtquiz. Vast onderdeel daarbij is de verkiezing van ‘Het Woord van het Jaar’. Dit jaar was dat ‘De Klimaatklever’, zo’n jongen of meisje dat zich met tweecomponentenlijm aan een van Gogh of ’t Meisje met de Parel vastplakte, omdat de klimaatdiscussie niet opschoot. Dat werd woord van ’t jaar omdat aan het middel meteen een collectieve bijsmaak kleefde. Wat dat betreft had ik een beter woord geweten: ‘Excuses’ . Bij alle crisissen waar de regering mee te dealen heeft, heeft ze zich dit jaar nog zorgvuldig een eigen crisis in elkaar gefröbeld door excuses te gaan aanbieden. Eerst Willem Alexander voor het gedrag van Wilhelmina in de Tweede Wereldoorlog, toen Mark in Indonesië voor onze oorlogsmisdaden daar. Enthousiast geworden lieten we daar excuses voor het slavernijverleden op volgen. Maar opeens bleek de datum verkeerd, degene die ’t deed de verkeerde, de groep waaraan niet de juiste. Een drama. Kortom, ik vind dat ‘excuses’ dus woord van 2022 moet worden. Waarvoor we in 2023 excuses gaan aanbieden. Voor de bepaling door wie en aan wie gebruiken we dan een heel nieuwjaar. Waarvoor bij voorbaat al excuses. In 2024.