Er was eens een basisschool aan de Wildveldstraat de Mussenberg waar veel mussen, maar vooral ook veel muizen naar school gingen. Zoals alle scholen in de tijd dat ik dit sprookje schrijf, heeft zij ook een groot tekort aan leraren.
Van lieverlee werd men wat minder kieskeurig bij het aantrekken van nieuwe leerkrachten.
Nu bood zich op een bepaald moment een deftig en wijs heerschap aan meester Den Uil van het adellijk geslacht de Wijze, die graag schoolhoofd wilde worden. Nu is juist schoolhoofd een zeer ondankbare taak, die moet namelijk altijd het geklaag van ouders aanhoren.
Dus het schoolbestuur was blij en ging zonder veel nadenken akkoord met zijn aanstelling. Nu is het helaas zo dat naast een leerkrachten tekort ook het geringe aantal leerlingen en de teruglopende geboorte van kinderen een probleem van de huidige generatie. In grote steden vangt men dit op door zeer veel mensen met een buitenlandse achtergrond aan te trekken.
Maar in het Limburgs land is het een groot probleem aan het worden. En wat is nu met de wijsheid van achteraf het geval; juist op die scholen waar meester Den Uil de Wijze werkzaam was ging om vooreerst onduidelijke reden het aantal leerlingen en zelf het aantal dorpsinwoners achteruit.
Steeds als er een ouderpaar weer eens en klacht over de school, een leraar of lesmethode had, verdween die klacht als vanzelf. Het kind verdween van school en de ouders uit het dorp. Hoewel meester Den Uil de Wijze toch steeds zo vriendelijk tegen de ouders was.
Hij zei regelmatig tegen de ouders wat een lekker kereltje of lekker meisje heeft u, om op te vreten.
Het schoolbestuur wist zich geen raad. Hoe komt het toch dat zoveel gezinnen naar het buitenland lijken te zijn vertrokken zonder vrienden en kennissen van hun vertrek in kennis te stellen? Het aantal leerlingen werd zo klein dat de school moest worden opgeheven.
Meester Den Uil de Wijze werd hierdoor gedwongen een andere school zijn diensten aan te bieden.
Zijn eetlust liet hem niet met rust.