Als ik deze donkere dagen voor kerst door de straten naar het bos wandel, zie ik dat achter de ramen van de huizen verschillende verhalen uitgebeeld worden. Het verhaal van de ster, de herders met hun schaapjes, het kindje in de kribbe of het verhaal van de kerstman in zijn rendierenslee met zakken vol cadeautjes. Ik hecht aan het verhaal van de ster, de herders en het kindje in de kribbe maar ook aan een ander verhaal. Het past bij kerst en ook bij deze onrustige, onzekere tijden waarin het zorgen voor elkaar zo ontzettend belangrijk is.
In het prachtige Prentenboek Frederick uit 1974, een ouder verhaal maar nog altijd actueel, laat de schrijver en illustrator Leo Lionni twee kanten van het leven zien. De praktische kant van het leven, het aanleggen van een wintervoorraad en het belang van de verbeeldingskracht om de winter en barre tijden door te komen. Het verhaal laat zien dat iedereen talenten en kwaliteiten heeft, ook al kunnen die erg verschillend zijn. Het gaat over een muizenfamilie die druk bezig is met het verzamelen van nootjes en graan voor de wintervoorraad. Het muisje Frederick, een beetje anders dan de andere muizen, werkt niet mee. Hij zit stil op een steen en verzamelt kleuren, woorden, licht en warmte. Ook al vinden de andere muizen hem een beetje raar, als aan het einde van de winter al het eten op is en de muisjes verkleumd zijn van de kou, blijkt de voorraad die Frederick heeft verzameld toch zo gek nog niet...
Frederick
Rondom de weide waar de koeien graasden en de paarden draafden, stond een muur van oude, oude stenen. En in die muur, vlakbij de schuur met de graanzolder, woonden de veldmuizen, een babbelziek gezinnetje. Maar de boeren waren er weggetrokken, de schuur lag verlaten en de graanzolder was leeg. De winter stond voor de deur, en de kleine muizen begonnen koren te verzamelen en noten en tarwe en stro. Allemaal werkten ze dag en nacht. Allemaal - behalve Frederick.
Waarom werk jij niet, Frederick?" vroegen ze. "Ik werk toch", zei Frederick. "Ik verzamel zonnestralen voor de koude, donkere wintertijd. "En toen ze zagen, hoe Frederick daar maar zat en naar de weide tuurde, vroegen ze: "En nu dan, Frederick?" "Nu verzamel ik kleuren", zei Frederick kalm. "Want in de winter is alles grauw." En één keer leek het zelfs of Frederick bijna sliep. "Droom je soms, Frederick?" vroegen ze verwijtend. Maar Frederick zei: "O nee. Ik verzamel woorden. Want de winter heeft vele en lange dagen, en dan weten wij niets meer te zeggen misschien."
Toen kwam de winter en de eerste sneeuw, en de vijf veldmuizen zochten hun schuilplaats op tussen de stenen van de oude muur. In de eerste tijd was er eten genoeg. De muizen vertelden elkaar van domme vossen en malle katers en ze waren erg gelukkig samen. Maar beetje bij beetje hadden ze haast alle noten en bessen opgeknabbeld, er was geen stro meer, en hoe koren er eigenlijk uitzag, dat waren ze bijna vergeten. Ze hadden het koud tussen de stenen, en babbelen deden ze geen van allen meer. Toen dachten ze opeens weer aan Frederick, en wat hij gezegd had over zonnestralen en kleuren en woorden. "Hoe staat het met jóuw voorraad, Frederick? " vroegen ze.
"Doe je ogen maar dicht", zei Frederick, en hij klauterde op een grote steen. "Nu stuur ik jullie mijn zonnestralen. Voel hun warmte, hun gouden gloed..." En terwijl Frederick sprak van de zon en zomer, werden de vier kleine muizen al warmer en warmer." "En de kleuren, Frederick, de kleuren?" vroegen ze ongeduldig, "Doe je ogen maar weer dicht, zei Frederick. En hij vertelde over de blauwe korenbloemen, de rode klaprozen in het gele graan en het groene blad van de bessenstruik. Toen zagen ze al die kleuren weer voor zich, zo duidelijk alsof hun eigen gedachten ermee opgeschilderd waren. "En de woorden, Frederick?" Frederick schraapte zijn keeltje, wachtte even en toen, alsof hij op een toneel stond, begon hij:
De winter is zo lang en koud. En muizen zijn maar klein. Het valt niet mee, o nee, o nee, om nu een muis te zijn.
Maar wij zijn met ons vijven, in een holletje van steen; dat maakt een heel verschil, want zo is geen van ons alleen.
Wij dromen van de zonneschijn, van graan en beukennootjes; daar krijg je warme oortjes van, en warme muizenpootjes.
Nog eventjes, nog eventjes, de lente komt eraan! Dan wordt het weer een leventje van zonneschijn en graan!
Toen het uit was, begonnen ze allemaal te klappen. "Frederick", riepen ze, "je bent een dichter!"En Frederick bloosde, en boog, en zei verlegen: "Ik weet het..."
Als ik door de pagina's van HalloHeuvelland blader dan zie ik kleuren en geuren in verhalen, gedichten, beelden, herinneringen, zelfgemaakt handwerk (zelfs knuffelmuizen), kaarten, lekkernijen en zoveel meer met liefde verzameld door de inwoners van het Heuvelland om warmte en licht met elkaar te delen. Na de winterzonnewende 21 december, de kortste dag van het jaar, gaan we weer lichtere tijden tegemoet. We vieren het begin van de winter, de terugkeer van het licht. De dagen zullen vanaf nu - langzaam, maar gestaag - weer langer worden. Het latere christendom heeft het Keltische feest Jule, dat op de winterzonnewende valt, gekoppeld aan de geboorte van Christus die in een donkere wereld licht komt brengen. In de Scandinavische landen wordt de Kersttijd nog steeds Juletid genoemd. Vanmorgen liep ik naar buiten met mijn hond en werd verrast door een wit laagje rijp op de daken, bomen, het gras met daarboven een helderblauwe lucht, het winterzonnetje scheen.. zoveel lichter dan de afgelopen sombere miezerdagen. Een van mijn dochters, afgelopen weekend verhuisd van de grote stad naar een natuurlandgoed, stuurde mij vanmorgen een foto genomen vanuit het keukenraam van haar nieuwe thuis. De aarde bedekt met een dun laagje sneeuw...een witte lichte wereld.